Skip to content
Brussels Governance Monitor
Terug naar home

Minderheidsregering

Lage haalbaarheid
Recent geverifieerd · 7 feb 2026

Mechanisme

Een regering gevormd zonder absolute meerderheid, die per dossier functioneert met wisselende meerderheden

Wie kan dit initiëren

Partijen bereid om te regeren zonder gegarandeerde meerderheid, met de stilzwijgende instemming van de oppositie om geen motie van wantrouwen in te dienen

Termijn

Enkele weken

Kort samengevat (eenvoudig lezen)

Een regering zonder absolute meerderheid. Ze zou per geval akkoorden zoeken met andere partijen. Dat is gebruikelijk in andere landen maar nooit gedaan in België.

Precedent

Denemarken, Zweden, Noorwegen (gebruikelijk in Scandinavië), Canada. Nooit gedaan in België. (Denemarken, 2022)

Wettelijke basis

Geen grondwettelijk obstakel — de Grondwet vereist niet uitdrukkelijk een vertrouwensstemming met absolute meerderheid

Risico's

  • Permanente instabiliteit — de regering kan op elk moment ten val worden gebracht
  • Totale afhankelijkheid van de welwillendheid van de oppositie bij elke stemming
  • Elk dossier wordt een afzonderlijke onderhandeling, wat het overheidsoptreden aanzienlijk vertraagt
  • Verhoogde complexiteit in Brussel door de dubbele taalmeerderheid

Het concept

Een minderheidsregering is een uitvoerende macht die niet beschikt over de absolute meerderheid van de zetels in het parlement. Ze regeert door per dossier wisselende meerderheden te zoeken, soms met de uitdrukkelijke steun van een of meer partijen zonder deelname aan de regering (steunakkoord), soms op ad-hocbasis.

Dit model is gebruikelijk in de Scandinavische democratieën: in Denemarken was de meerderheid van de regeringen sinds 1945 een minderheidsregering. In Zweden en Noorwegen is het eveneens een gangbare praktijk. In Canada hebben meerdere federale regeringen als minderheid gefunctioneerd.

Waarom dit model voor Brussel wordt besproken

Geconfronteerd met de onmogelijkheid om een klassieke meerderheidscoalitie te vormen, opperen sommige waarnemers de mogelijkheid dat een groep partijen een regering vormt zonder de absolute meerderheid te bereiken. Het idee is om uit de impasse te geraken door een kwetsbaardere maar functionele uitvoerende macht te aanvaarden.

Hoe het werkt in Scandinavië

Het Deense model

In Denemarken functioneert het Folketing (parlement) volgens het principe van het negatief parlementarisme: een regering kan worden gevormd zolang er geen meerderheid tegen haar is. Ze heeft geen positieve vertrouwensstemming nodig om aan te treden.

Dit systeem steunt op:

  • Steunakkoorden (støtteaftaler) met partijen buiten de regering
  • Een politieke cultuur van compromis en permanent overleg
  • Sterke parlementaire commissies die de teksten vooraf voorbereiden

Bron: Folketinget — Het Deense parlementaire systeem, geraadpleegd op 7 februari 2026.

Het Zweedse en Noorse model

In Zweden onderhandelen minderheidsregeringen regelmatig over begrotingen met oppositiepartijen. In Noorwegen werkt het systeem op vergelijkbare wijze, met een traditie van minderheidsregeringen die steunen op punctuele akkoorden.

Bron: Riksdagen — Het Zweedse parlement, geraadpleegd op 7 februari 2026.

Waarom het nooit in België is gedaan

België heeft geen enkele traditie van minderheidsregeringen, noch op federaal noch op gewestelijk niveau. Verschillende structurele redenen verklaren deze afwezigheid:

  1. Coalitiecultuur: het Belgische politieke systeem steunt op gedetailleerde en schriftelijke coalitieakkoorden. Regeren zonder volledig programmatisch akkoord wordt als een onaanvaardbaar risico beschouwd.
  2. Partijversnippering: met 6 tot 8 significante partijen in elke taalgroep zou een minderheidsregering meerdere oppositiepartijen moeten overtuigen bij elke stemming.
  3. Geen negatief parlementarisme: hoewel de Belgische Grondwet het niet uitdrukkelijk verbiedt, vereist de praktijk een positieve vertrouwensstemming.

Bron: Crisp — Centrum voor sociaal-politiek onderzoek en informatie, geraadpleegd op 7 februari 2026.

Het specifieke probleem van Brussel: de dubbele taalmeerderheid

Het belangrijkste obstakel voor een minderheidsregering in Brussel is de dubbele taalmeerderheid. Volgens de Bijzondere Wet van 12 januari 1989 vereisen bepaalde beslissingen een meerderheid in elk van de twee taalgroepen (Franstalig en Nederlandstalig).

Met slechts 17 zetels in de Nederlandstalige groep (op een totaal van 89) is het buitengewoon moeilijk om wisselende meerderheden in deze groep te verkrijgen. Een minderheidsregering zou voor elk gevoelig dossier afzonderlijk moeten onderhandelen met de Vlaamse partijen — een beperking die niet bestaat in de Scandinavische systemen.

Bron: Bijzondere Wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen, geraadpleegd op 7 februari 2026.

Wettelijke basis

De Belgische Grondwet vereist niet uitdrukkelijk dat een regering over een absolute meerderheid beschikt. Artikel 96 (federaal niveau) en de Bijzondere Wet van 1989 (Brussels niveau) voorzien een vertrouwensstemming, maar preciseren de drempel niet op een manier die een minderheidsregering uitsluit.

In theorie zou een regering een vertrouwensstemming kunnen verkrijgen met een gewone meerderheid van de aanwezige parlementsleden, zonder over de absolute meerderheid van de zetels te beschikken. Deze interpretatie is echter nooit in de praktijk getest.

Samengevat

De minderheidsregering is een beproefd model in andere Europese democratieën, maar het veronderstelt een politieke cultuur van permanent compromis en negatief parlementarisme die niet bestaat in België. De Brusselse dubbele taalmeerderheid voegt een laag van complexiteit toe die dit scenario bijzonder moeilijk maakt, zonder het theoretisch onmogelijk te maken.

Volg dit domein per e-mail

Max. 1 e-mail/week. Uitschrijven met 1 klik.