Naar inhoud
Brussels Governance Monitor

Sectoraal erfgoed: impact van 20 maanden zonder regering op de Brusselse sectoren (2024–2026)

Sectoraal overzicht van wat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft geërfd na 20 maanden lopende zaken. Gearchiveerde inhoud — deze gegevens worden niet meer bijgewerkt.

Juni 2024 — Februari 2026

Deze pagina archiveert het sectorale overzicht van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest na 20 maanden lopende zaken (juni 2024 — februari 2026). Deze inhoud heeft historische waarde: ze wordt niet meer bijgewerkt.

Verenigingsleven

Een cruciale sector voor Brussel

De verenigingssector en non-profit vormen een van de pijlers van de Brusselse sociale economie. Met ongeveer 80 000 banen vertegenwoordigt de niet-commerciële sector een aanzienlijk deel van de werkgelegenheid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Deze werknemers zijn actief in essentiële domeinen: socioprofessionele inschakeling, hulpverlening, kinderopvang, geestelijke gezondheidszorg, begeleiding van personen met een handicap, daklozenopvang en integratie van nieuwkomers.

De werking van deze sector steunt grotendeels op meerjarenovereenkomsten tussen het Gewest en de organisaties, erkenningen afgeleverd door de gewestelijke en gemeenschapsoverheden, en facultatieve subsidies waarmee specifieke projecten kunnen worden gestart of voortgezet.

Tussen 9 juni 2024 en 14 februari 2026 waren deze drie mechanismen onder de regering in lopende zaken bevroren.

Meerjarenovereenkomsten: de kern van het probleem

Het mechanisme

Meerjarenovereenkomsten zijn financieringscontracten tussen het Gewest (of de Gemeenschapscommissies) en organisaties uit de niet-commerciële sector. Ze bestrijken doorgaans een periode van 3 tot 5 jaar en bepalen de opdrachten, doelstellingen en toegekende financiële middelen.

Deze overeenkomsten vormen de ruggengraat van de financiering van de verenigingssector. Ze stellen organisaties in staat hun activiteiten te plannen, hun teams te behouden en de continuïteit van de dienstverlening aan de doelgroepen te garanderen.

Wat geblokkeerd is

Tientallen meerjarenovereenkomsten zijn sinds juni 2024 verlopen. In lopende zaken kan de gewestregering niet:

  • Verlopen overeenkomsten vernieuwen
  • Nieuwe overeenkomsten met organisaties onderhandelen
  • Financiële enveloppen verhogen om rekening te houden met de inflatie
  • Opdrachten aanpassen aan de veranderende behoeften van de bevolking

Organisaties waarvan de overeenkomst is verlopen, blijven doorgaans functioneren op basis van stilzwijgende verlengingen of voorlopige financiering. Deze situatie creëert een aanzienlijke juridische en financiële onzekerheid: organisaties weten niet over welke middelen ze op middellange termijn zullen beschikken.

De concrete gevolgen

Volgens het CBCS hebben verschillende organisaties:

  • Geplande aanwervingen uitgesteld
  • Begeleidingsprogramma's verminderd bij gebrek aan budgettaire zekerheid
  • Nieuwe doelgroepen geweigerd wegens onvoldoende gegarandeerde capaciteit
  • Investeringen bevroren in materiaal (lokalen, uitrusting, digitale tools)

Bron: CBCS, rapport over de toestand van de Brusselse verenigingssector, 2025.

Erkenningen: de deur dicht voor nieuwe diensten

Het principe

Een erkenning is de bestuurlijke handeling waarmee een overheid vaststelt dat een organisatie aan de voorwaarden voldoet om een bepaalde activiteit uit te oefenen. Ze geeft toegang tot overheidsfinanciering en is in sommige gevallen een wettelijke verplichting om te mogen opereren.

De impact van de bevriezing

Tussen juni 2024 en februari 2026 werden er geen nieuwe erkenningen afgeleverd door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor diensten in de verenigingssector. Concreet:

  • Nieuwe initiatieven van bestaande organisaties kunnen niet worden opgestart
  • Nieuwe organisaties kunnen de noodzakelijke erkenning niet verkrijgen
  • Wijzigingen van erkenning (capaciteitsuitbreiding, wijziging doelgroep) staan in de wacht
  • Overdrachten van erkenning bij herstructurering zijn bemoeilijkt

Deze situatie is bijzonder problematisch in wijken waar de sociale noden het grootst zijn. Terreinprojecten die soms maandenlang zijn voorbereid, blijven in de la liggen bij gebrek aan een politieke beslissing.

Facultatieve subsidies: de bevriezing van de manoeuvreerruimte

Facultatieve subsidies vertegenwoordigen het deel van de financiering van de verenigingssector dat rechtstreeks afhangt van discretionaire politieke beslissingen. Ze financieren eenmalige projecten, experimenten en antwoorden op opkomende behoeften.

In lopende zaken zijn de budgetten voor facultatieve subsidies bevroren. Alleen de verbintenissen van voor juni 2024 worden nagekomen. Dit betekent:

  • Geen nieuwe projectoproepen van het Gewest voor de verenigingssector
  • Geen noodfinanciering om onvoorziene sociale crisissen aan te pakken
  • Geen experimenten met nieuwe modellen van sociale interventie
  • Geen eenmalige steun voor organisaties in financiële moeilijkheden

Wat blijft functioneren

Structurele subsidies

De structurele financiering die voor juni 2024 was vastgelegd, wordt verder uitbetaald. Organisaties met lopende overeenkomsten ontvangen hun financieringsschijven. De lonen van de werknemers in de niet-commerciële sector worden betaald.

De federaties

De sectorfederaties spelen een cruciale rol op het vlak van coördinatie en beleidsbeïnvloeding:

  • Het CBCS (Brusselse Raad voor Sociopolitieke Coördinatie) documenteert de impact van de crisis op de sector en coordineert de eisen
  • FeBISP (Brusselse Federatie van Organisaties voor Socioprofessionele Inschakeling) begeleidt haar leden bij het omgaan met de onzekerheid
  • Brupartners (Economische en Sociale Raad van het Gewest) zet haar adviesopdrachten voort

Eerstelijnsdiensten

De directe hulpverlening aan doelgroepen — dagopvang, voedselhulp, individuele sociale begeleiding — blijft functioneren met de bestaande middelen.

De meest getroffen bevolkingsgroepen

De bevriezing van de verenigingssector treft in de eerste plaats de meest kwetsbare Brusselaars:

  • Personen in een inschakelingstraject wier programma's verzwakt zijn
  • Eenoudergezinnen die afhankelijk zijn van nabijheidsdiensten
  • Nieuwkomers die wachten op integratiebegeleiding
  • Daklozen voor wie geen nieuwe opvangplaatsen kunnen worden gecreëerd
  • Geïsoleerde ouderen wier thuiszorgdiensten niet worden versterkt

Vooruitzichten

De Brusselse verenigingssector beschikt over een aanzienlijke veerkracht, maar die is niet onbeperkt. Hoe langer de periode van lopende zaken duurt, hoe ernstiger de structurele gevolgen:

  • Verlies van expertise: gekwalificeerde werknemers verlaten de sector voor stabielere banen
  • Afbrokkeling van de dienstverlening: programma's worden geleidelijk afgebouwd bij gebrek aan herfinanciering
  • Opbouw van behoeften: de bevolkingsgroepen die vandaag niet worden begeleid, zullen morgen zwaardere noden hebben
  • Financiële verzwakking: organisaties putten hun reserves en thesaurie uit

Elke maand zonder volwaardige regering vertegenwoordigt een sociale schuld die de verenigingssector zal moeten opvangen, met middelen die niet zijn aangepast aan de realiteit van de noden.

Hoofdbron: CBCS, jaarverslag 2025; FeBISP, sectorale conjunctuurnota.

Bouw

Een sector op het kruispunt van stedenbouw en economie

De bouw- en vastgoedsector in Brussel is een essentiële schakel van de gewestelijke economie en de stedelijke transformatie. De sector stelt tienduizenden werknemers tewerk en genereert een aanzienlijke economische activiteit, zowel in nieuwbouw als in renovatie van het bestaande gebouwenpark.

De Brusselse stedelijke planning steunt op strategische instrumenten — de Richtplannen van Aanleg (RPA), de gewestelijke stedenbouwkundige vergunningen en de overheidsopdrachten voor infrastructuur — die allemaal politieke beslissingen van een volwaardige regering vereisen. Het ontbreken van een gewestregering tussen juni 2024 en februari 2026 had al deze mechanismen bevroren.

Richtplannen van Aanleg: de strategische bevriezing

Wat is een RPA?

De Richtplannen van Aanleg zijn instrumenten voor territoriale planning die zijn gecreëerd door het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO). Ze bepalen het ontwikkelingskader voor strategische zones op gewestelijk niveau: bestemming van de gronden, bouwdichtheid, openbare ruimten, mobiliteit en collectieve voorzieningen.

Een RPA verbindt het Gewest tot een langetermijnvisie voor een wijk of stedelijke pool. De goedkeuring ervan is een belangrijke politieke handeling die een volwaardige regering vereist.

De bevroren RPA's

Verschillende RPA's wachten momenteel op goedkeuring of wijziging:

  • RPA Heizel: de herontwikkeling van het Heizelplateau, inclusief het Neo-project, is opgeschort. Dit project voorzag in een congrescentrum, winkels, woningen en openbare ruimten op een van de grootste ontwikkelingssites van Brussel.
  • RPA Zuidstation: de transformatie van de wijk rond het Zuidstation, een van de meest ambitieuze stadsprojecten van het Gewest, kan niet vooruit. Het RPA moest het kader bieden voor de reconversie van deze strategische zone tussen spoorwegmobiliteit en stedelijke vernieuwing.
  • RPA Delta: de ontwikkeling van de site Delta-Herrmann-Debroux, verbonden met de afbraak van het viaduct en de creatie van een nieuwe wijk, staat in de wacht.
  • RPA Kazernes: de reconversie van de voormalige kazernes van Elsene tot een gemengde wijk is geblokkeerd.
  • RPA Mediapark: de herontwikkeling van de RTBF/VRT-site in Reyerslaan is bevroren.

Elk van deze RPA's vertegenwoordigt potentiele investeringen van honderden miljoenen euro en de creatie van duizenden woningen en banen.

Bron: perspective.brussels, stand van zaken van de RPA's, 2025.

De gevolgen van de stilstand

De bevriezing van de RPA's heeft een domino-effect:

  • Juridische onzekerheid: projectontwikkelaars en investeerders weten niet welk regelgevend kader op hun projecten van toepassing zal zijn
  • Uitstel van private investeringen: zonder goedgekeurd RPA worden private projecten die afhankelijk zijn van het regelgevend kader opgeschort
  • Verlies aan aantrekkingskracht: Brussel verliest terrein tegenover andere Europese steden die hun stadsprojecten wel vooruit helpen
  • Aftakeling van de sites: terreinen in afwachting van herontwikkeling gaan achteruit of blijven onderbenut

Gewestelijke overheidsopdrachten: honderden miljoenen in afwachting

De omvang van de bevriezing

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is een belangrijke opdrachtgever voor de bouwsector. De gewestelijke overheidsopdrachten dekken:

  • Mobiliteitsinfrastructuur: tramlijnen, tunnels, structurerende fietspaden
  • Openbare gebouwen: scholen, sportvoorzieningen, culturele centra
  • Openbare ruimten: pleinen, parken, wegenis
  • Sociale woningen: programma's van de BGHM, Alliantie Wonen

In lopende zaken worden enkel de onderhoudsopdrachten en de eerdere verbintenissen nagekomen. De nieuwe strategische opdrachten — die een politieke beslissing vereisen — zijn uitgesteld.

De Confederatie Bouw Brussel-Hoofdstad schat dat honderden miljoenen euro aan overheidsopdrachten wachten op lancering. Deze bevriezing treft rechtstreeks de orderboeken van de Brusselse bouwbedrijven.

Het domino-effect op de werkgelegenheid

De bouwsector werkt met lange projectcycli (2 tot 5 jaar tussen ontwerp en oplevering). De huidige bevriezing leidt niet onmiddellijk tot massaal banenverlies — de lopende werven gaan door — maar creëert een gat in de pijplijn dat voelbaar zal worden vanaf 2026-2027:

  • Studiebureau's zien hun opdrachten verminderen
  • Algemene aannemers stellen hun aanwervingsplannen uit
  • Gespecialiseerde onderaannemers verliezen contracten
  • Materiaalleveranciers zien de vraag dalen

Stedenbouwkundige vergunningen: een dubbel regime

Wat functioneert

De stedenbouwkundige vergunningen die onder de gemeentelijke bevoegdheid vallen, worden normaal verder afgeleverd. De 19 Brusselse gemeenten behandelen de vergunningsaanvragen voor:

  • Projecten van kleine en middelgrote omvang
  • Renovaties van bestaande woningen
  • Bestemmingswijzigingen op lokale schaal
  • Inrichtingen van buurthandel

Urban.brussels, de gewestelijke administratie voor stedenbouw, blijft de lopende dossiers en adviesaanvragen behandelen.

Wat geblokkeerd is

De stedenbouwkundige vergunningen met gewestelijke draagwijdte — die een beslissing van de regering vereisen — staan in de wacht:

  • Grote gemengde projecten (woningen, kantoren, handel) op de RPA-sites
  • Gewestelijke openbare voorzieningen van grote omvang
  • Strategische projecten verbonden met mobiliteit of infrastructuur
  • Afwijkingen van het Gewestelijk Bestemmingsplan (GBP) voor projecten die afwijken van de bestaande zonering

Lopende werven: de continuïteit verzekerd

Het is belangrijk op te merken dat projecten die voor juni 2024 over alle vergunningen en financiering beschikten, normaal worden voortgezet:

  • De lopende sociale woningbouwwerven van de BGHM
  • De renovatiewerken aan de Brusselse tunnels (programma van Brussel Mobiliteit)
  • De werven van metro 3 (federale bevoegdheid / MIVB)
  • Private projecten die over hun vergunningen beschikken

De bouw in Brussel staat niet stil. Maar de vernieuwing van de projectenpijplijn is wel bevroren.

Perspectief: een stedelijke schuld die zich opbouwt

Stedelijke planning is een lang proces. De beslissingen die vandaag niet worden genomen, zullen over 5 tot 10 jaar zichtbare gevolgen hebben:

  • Niet-gebouwde woningen: elk jaar vertraging in de goedkeuring van de RPA's stelt de oplevering uit van duizenden woningen in een Gewest dat er schrijnend tekort aan heeft
  • Verouderende infrastructuur: de niet-gerealiseerde investeringen in openbare voorzieningen verergeren het onderhoudstekort
  • Vertraagde energietransitie: de energetische renovaties van openbare gebouwen en de nieuwe bouwstandaarden blijven in afwachting
  • Gewestelijke competitiviteit: de opgelopen achterstand in de stedelijke ontwikkeling tast de aantrekkingskracht van Brussel aan voor bedrijven en investeerders

De Confederatie Bouw Brussel-Hoofdstad en perspective.brussels delen dezelfde vaststelling: elke maand van politieke stilstand verdiept een stedelijke en economische schuld waarvan het Gewest jaren nodig zal hebben om te herstellen.

Bronnen: perspective.brussels, activiteitenverslag 2025; Confederatie Bouw Brussel-Hoofdstad, conjunctuurnota; urban.brussels, vergunningenstatistieken.

Gezondheid en sociaal

De GGC: sleutelinstelling van het Brusselse sociaal beleid

De Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC), in het Frans bekend als Commission communautaire commune (COCOM), is de bicommunautaire instelling die bevoegd is voor hulpverlening en gezondheidszorg in Brussel. Ze bestrijkt de zogenaamde "bipersoonsgebonden" aangelegenheden: die welke niet uitsluitend onder de Franse of de Vlaamse Gemeenschap vallen, maar zich richten tot alle Brusselaars ongeacht hun taalgemeenschap.

Haar werkterrein is uitgebreid:

  • Verzorgingstehuizen (rust- en verzorgingstehuizen, RVT)
  • Thuiszorg voor ouderen en zorgbehoevenden
  • Ambulante diensten geestelijke gezondheidszorg
  • Daklozenbeleid en noodopvang
  • Kinderopvang (bicommunautair luik)
  • Diensten voor personen met een handicap
  • Bicommunautaire ziekenhuizen

Tussen juni 2024 en februari 2026 functioneerde de GGC in lopende zaken en werd haar budget beheerd in voorlopige twaalfden. Haar uitvoerend orgaan, Iriscare, zette zijn basisopdrachten voort maar kon geen enkele significante nieuwe uitgave doen.

De bevriezing van de erkenningen: de deur dicht

Het erkenningenmechanisme

Een erkenning is de handeling waarmee de GGC vaststelt dat een opvangstructuur of dienst voldoet aan de vereiste kwaliteits- en veiligheidsnormen. Ze geeft toegang tot overheidsfinanciering en is in de meeste gevallen een wettelijke verplichting om te mogen opereren.

Tussen juni 2024 en februari 2026: nul nieuwe erkenningen

In lopende zaken kon de GGC geen enkele nieuwe erkenning afleveren. De gevolgen waren rechtstreeks:

  • Geen nieuwe verzorgingstehuizen ondanks de vergrijzing van de Brusselse bevolking. Het aantal 80-plussers in Brussel stijgt elk jaar, maar het opvangaanbod ligt vast.
  • Geen nieuwe dagcentra voor ouderen of personen met een handicap
  • Geen nieuwe erkende thuiszorgstructuren
  • Geen capaciteitsuitbreiding voor bestaande verzadigde structuren

Structuren die voor juni 2024 een erkenningsaanvraag hebben ingediend, zien hun dossier voor onbepaalde tijd in afwachting. Sommige hebben geïnvesteerd in lokalen, personeel aangeworven en bevinden zich zonder officiële erkenning.

Bron: Iriscare, jaarverslag 2024.

De Iriscare-overeenkomsten: financiering onder druk

De rol van de overeenkomsten

Iriscare, de instelling van openbaar nut die het beleid van de GGC uitvoert, financiert de zorgverstrekkers en opvangstructuren via meerjarenovereenkomsten. Deze overeenkomsten bepalen de opdrachten, middelen en kwaliteitsdoelstellingen voor elke erkende dienst.

De blokkering van de herfinanciering

Verschillende meerjarenovereenkomsten zijn sinds juni 2024 verlopen. In lopende zaken kan Iriscare niet:

  • Verlopen overeenkomsten vernieuwen onder geactualiseerde voorwaarden
  • Tarieven herwaarderen om rekening te houden met de inflatie en stijgende kosten
  • Overeenkomsten aanpassen aan de veranderende behoeften (vergrijzing, geestelijke gezondheid, armoede)
  • Nieuwe proefprojecten of experimenten financieren

De zorgverstrekkers blijven functioneren op basis van stilzwijgende verlengingen onder de vorige voorwaarden. De kloof tussen de reële kosten en de financiering groeit elke maand.

De voorlopige twaalfden

Het budget van de GGC wordt beheerd in voorlopige twaalfden: elke maand wordt een twaalfde van het budget van het voorgaande jaar vrijgemaakt. Dit mechanisme garandeert de continuïteit van de werking, maar verbiedt:

  • Elke budgetverhoging, zelfs om de indexering te dekken
  • Elke nieuwe investering in infrastructuur of uitrusting
  • Elk nieuw beleid, zelfs als het beantwoordt aan een dringende gedocumenteerde behoefte

Het daklozenbeleid: de permanente noodtoestand

De cijfers

De telling uitgevoerd door Bruss'Help in november 2024 telde 7 134 daklozen of thuislozen in Brussel. Dit cijfer stijgt voortdurend:

  • 2018: 4 187 personen
  • 2020: 5 313 personen
  • 2022: 6 496 personen
  • 2024: 7 134 personen

De stijging bedraagt 70 % in zes jaar. Ze treft alle profielen: alleenstaanden, gezinnen met kinderen, jongvolwassenen, ouderen, transitmigranten.

Bron: Bruss'Help, tellingsrapporten 2018-2024.

Wat functioneert

  • Het winterdispositief: elk jaar worden bijkomende noodopvangplaatsen geopend tijdens de winterperiode (november tot maart). Dit dispositief is terugkerend en wordt gefinancierd uit de bestaande budgetten.
  • Bruss'Help: de coördinerende vzw van de dakloossector zet haar opdrachten van telling, oriëntatie en coördinatie tussen de actoren voort.
  • De bestaande opvangcentra: de erkende en voor juni 2024 gefinancierde structuren blijven operationeel.

Wat geblokkeerd is

Het structurele plan ter bestrijding van dakloosheid vereist politieke beslissingen die de regering in lopende zaken niet kan nemen:

  • Housing First: het programma, waarvan de doeltreffendheid is aangetoond in de wetenschappelijke literatuur, kan niet worden uitgebreid naar nieuwe cohorten van doelgroepen
  • Permanente opvangplaatsen: de bestendiging van opvangplaatsen buiten het winterdispositief vereist een meerjarige budgettaire verbintenis
  • Transitwoningen: geen nieuwe overeenkomsten tussen de GGC en de gemeenten om transitwoningen te creëren
  • Multidisciplinaire begeleiding: geen versterking van de terreinteams (maatschappelijk werkers, bemiddelaars, psychologen)

Geestelijke gezondheidszorg: behoeften zonder antwoord

Een structurele crisis

De behoeften aan geestelijke gezondheidszorg in Brussel stijgen structureel sinds de COVID-19-pandemie. De ambulante diensten geestelijke gezondheidszorg (Diensten Geestelijke Gezondheidszorg — DGGZ) kampen met wachtlijsten van verschillende maanden voor een eerste consultatie.

De meest getroffen bevolkingsgroepen:

  • Jongeren (18-25 jaar): angst, depressie, sociaal isolement
  • Personen in armoede: armoede is een belangrijke determinant van de geestelijke gezondheid
  • Geïsoleerde ouderen: eenzaamheid verergert cognitieve en depressieve stoornissen
  • Migranten en asielzoekers: trauma's, postmigratoire stress, taalbarrières

Wat geblokkeerd is

In lopende zaken kan de GGC geen enkel nieuw initiatief lanceren op het vlak van geestelijke gezondheidszorg:

  • Geen nieuwe mobiele crisisteams ondanks de verzadiging van de bestaande diensten
  • Geen nieuwe laagdrempelige onthaalpunten voor geestelijke gezondheidszorg
  • Geen gerichte preventieprogramma's (jongeren, ouderen, kwetsbare milieus)
  • Geen versterking van de bestaande DGGZ waarvan de teams onderbezet zijn
  • Geen nieuwe overeenkomsten met ziekenhuizen voor psychiatrische spoedgevallen

De bestaande teams blijven werken, maar ze vangen een groeiende vraag op met constante middelen.

Bron: Brussels netwerk geestelijke gezondheidszorg; Observatorium voor Gezondheid en Welzijn.

De verzorgingstehuizen: een genegeerde demografische uitdaging

De demografische realiteit

De vergrijzing van de Brusselse bevolking is een vaststaand feit. Het aantal 80-plussers stijgt elk jaar, wat zich vertaalt in een groeiende vraag naar plaatsen in rust- en verzorgingstehuizen.

Het vastgelegde aanbod

In lopende zaken:

  • Geen nieuwe erkenningen voor verzorgingstehuizen
  • Geen uitbreiding van de capaciteit van bestaande structuren
  • Geen herfinanciering om de kwaliteit van de zorg te verbeteren
  • Geen tariferingsbeleid aangepast aan de koopkracht van de bewoners

Het personeel van de verzorgingstehuizen wordt geconfronteerd met moeilijke werkomstandigheden: hoge werkdruk, salarissen onder druk, hoog personeelsverloop. De bevriezing van de investeringen verergert deze situatie.

Wat blijft functioneren

Ondanks de blokkeringen is het systeem niet ingestort:

  • Iriscare verzorgt het lopend beheer: betalingen aan zorgverstrekkers, dossierbeheer, kwaliteitsinspecties
  • De erkende diensten blijven functioneren binnen de grenzen van hun huidige middelen
  • Bruss'Help coördineert de dakloossector met een operationeel winterdispositief
  • Het Observatorium voor Gezondheid en Welzijn blijft gegevens en analyses produceren
  • De bestaande mobiele teams voor geestelijke gezondheidszorg zetten hun interventies voort

Kinderbijslag: een afzonderlijke budgettaire druk

De kinderbijslag in Brussel valt onder de bevoegdheid van de GGC sinds de 6e staatshervorming. Deze bevoegdheidsoverdracht vertrouwde Brussel het beheer van zijn eigen gezinsbijslagen toe voor meer dan 308 000 kinderen.

In februari 2026 keurde het Brussels Parlement een hervorming van het beheer van de kinderbijslag goed om besparingen te realiseren. Deze hervorming omvat een verlaging van de subsidies aan de kinderbijslagfondsen en een geleidelijke centralisatie van de operatoren naar Famiris.

Deze hervorming is geen gevolg van de bevriezing in lopende zaken. Het betreft een afzonderlijke parlementaire beslissing, ingegeven door de budgettaire beperkingen van de GGC. Ze komt echter bovenop de moeilijkheden in de Brusselse sociale sector en versterkt de druk op de gezinnen.

Bron: La Libre Belgique, 7 februari 2026; Brussels Parlement, ordonnantieontwerp DéFI/Anders/PS.

Besluit: een sociaal gezondheidssysteem onder spanning

De GGC/COCOM is de instelling die de meest fundamentele behoeften van de Brusselaars dekt: gezondheid, ouderenzorg, daklozenbeleid, geestelijke gezondheidszorg. De bevriezing van haar investerings- en beslissingscapaciteit heeft rechtstreekse gevolgen voor de meest kwetsbare bevolkingsgroepen.

Elke maand in lopende zaken:

  • Worden de wachtlijsten langer
  • Raken de bestaande structuren uitgeput
  • Stapelen de ongedekte behoeften zich op
  • Verdiept de sociale schuld zich

De uitweg uit de crisis vereist een volwaardige regering die in staat is een meerjarenbegroting goed te keuren, de overeenkomsten met de zorgverstrekkers te vernieuwen, nieuwe structuren te erkennen en de structurele plannen te lanceren die de situatie vereist.

Hoofdbronnen: Iriscare, jaarverslag 2024; Bruss'Help, telling november 2024; Observatorium voor Gezondheid en Welzijn, Sociaal Barometer 2025; GGC, begroting in voorlopige twaalfden.

Horeca

Een emblematische sector voor Brussel

De horeca (hotels, restaurants, cafes) is een van de meest zichtbare sectoren van de Brusselse economie. Met ongeveer 9 000 zaken en 35 000 directe banen vormt deze sector een belangrijke economische pijler van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De horeca is bovendien nauw verbonden met de culturele identiteit van de stad, haar toeristische aantrekkingskracht en de levendigheid van haar wijken.

De Brusselse horecasector is afhankelijk van verschillende gewestelijke mechanismen: subsidies voor seizoentewerkstelling, stedenbouwkundige en terrasvergunningen, het toeristisch beleid via Visit.brussels, en sectorale premies beheerd door Actiris en hub.brussels.

Tussen 9 juni 2024 en 14 februari 2026 kon de gewestregering in lopende zaken geen nieuwe beslissingen nemen in deze domeinen.

Subsidies voor seizoenarbeiders: een kritiek tekort

Het mechanisme

De Brusselse horeca wordt gekenmerkt door een sterke seizoensgebondenheid. De zomermaanden, feestperiodes en grote evenementen (Europese toppen, internationale congressen) zorgen voor pieken in de activiteit die de aanwerving van seizoenarbeiders vereisen. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest had specifieke steunmaatregelen ontwikkeld om deze tijdelijke aanwervingen te ondersteunen.

Wat geblokkeerd is

In lopende zaken kan geen enkel nieuw steunprogramma voor seizoentewerkstelling worden gelanceerd. De bestaande budgetten zijn bevroren op het niveau van voor juni 2024. Concreet:

  • Geen nieuwe subsidies voor de aanwerving van seizoenarbeiders in 2025 en 2026
  • Geen aanpassing van de bedragen aan de inflatie en stijgende loonkosten
  • Geen gerichte programma's voor moeilijk inzetbare werkzoekenden in de horeca
  • Geen specifieke steun voor de digitale transitie van de sector

Volgens de Federatie Horeca Brussel dwingt deze situatie vele zaken om hun seizoenaanwervingen te beperken of minder gunstige contracten aan te bieden.

Bron: Federatie Horeca Brussel, mededeling over seizoentewerkstelling, 2025.

Terrasvergunningen: een stedelijk beleid in de wacht

De inzet

Terrassen vormen een essentieel onderdeel van het economisch model van vele Brusselse cafes en restaurants. Ze zijn ook een kwestie van stedelijke inrichting, gedeeld gebruik van de openbare ruimte en levenskwaliteit in de wijken.

De toekenning van terrasvergunningen en de goedkeuring van uitbreidingen vallen onder politieke beslissingen die in lopende zaken niet kunnen worden genomen, behalve voor dagelijks beheer.

De gevolgen

  • Geen nieuwe terrasvergunningen voor recent geopende zaken
  • Geen uitbreiding van bestaande terrassen naar nieuwe ruimtes
  • Geen regularisatie van voorlopige situaties uit de COVID-periode
  • Geen aanpassing van de regelgeving aan nieuwe stedelijke realiteiten (voetgangerszones, fietspaden)

Uitbaters die een terras willen plaatsen of vergroten, moeten wachten op de vorming van een volwaardige regering.

Bron: Brulocalis, nota over stedenbouwkundige vergunningen in lopende zaken, 2025.

Toeristisch beleid: de strategie in de wacht

De context

Brussel verwelkomde in 2024 ongeveer 8,5 miljoen overnachtingen, een stijging ten opzichte van de post-COVID-jaren. Het Gewest beschikt over een gespecialiseerde instelling, Visit.brussels, belast met de toeristische promotie en de ondersteuning van de sector.

Wat opgeschort is

Het gewestelijk strategisch toeristisch plan, dat de prioriteiten en investeringen voor de ontwikkeling van het toerisme in Brussel bepaalt, is opgeschort. Visit.brussels zet zijn lopende promotieactiviteiten voort, maar kan niet:

  • Nieuwe grootschalige campagnes lanceren die extra budget vereisen
  • Nieuwe internationale partnerschappen ontwikkelen die het Gewest binden
  • Nieuwe toeristische onthaalinfrastructuur financieren
  • De strategie aanpassen aan de evoluties van de internationale toeristische markt

Bron: Visit.brussels, activiteitenverslag 2024; hub.brussels, observatorium van de Brusselse economie.

Sectorale tewerkstellingspremies

De gewestelijke tewerkstellingspremies specifiek voor de horecasector, beheerd door Actiris, vormen een belangrijk instrument om aanwerving te stimuleren in een sector die kampt met personeelstekorten. In lopende zaken:

  • Kunnen de premiebedragen niet worden verhoogd
  • Kunnen de toegankelijkheidscriteria niet worden verruimd naar nieuwe doelgroepen
  • Kunnen de specifieke begeleidingsprogramma's niet worden versterkt
  • Is de coördinatie tussen Actiris, Forem en VDAB voor pendelaars vastgelopen

Bron: Actiris, jaarverslag 2024.

Wat blijft functioneren

Bestaande steunmaatregelen

De tewerkstellingsprogramma's die voor juni 2024 waren vastgelegd, worden verder uitgevoerd. Horecawerkgevers die al premies of subsidies ontvingen, blijven deze ontvangen onder de voorziene voorwaarden.

Basale toeristische promotie

Visit.brussels zet zijn promotieactiviteiten voort binnen het bestaande werkingsbudget. De campagnes die voor juni 2024 waren gepland, worden normaal uitgevoerd.

Begeleidingsdiensten

Actiris en hub.brussels blijven werkzoekenden en ondernemers in de horecasector begeleiden met de bestaande middelen.

Impact op het terrein

De bevriezing van de gewestelijke mechanismen heeft directe gevolgen voor het dagelijks leven van de sector:

  • Minder seizoentewerkstelling: minder seizoenbanen tijdens piekperiodes
  • Uitgestelde investeringen: renovatie- en uitbreidingsprojecten liggen stil
  • Verzwakte concurrentiepositie: Brusselse zaken zijn benadeeld ten opzichte van naburige regio's die hun beleid aanpassen
  • Stagnerende toeristische aantrekkingskracht: zonder nieuwe initiatieven verliest Brussel terrein tegenover andere Europese hoofdsteden

Vooruitzichten

De Brusselse horecasector heeft zijn veerkracht bewezen tijdens de gezondheidscrisis. Maar de combinatie van aanhoudende inflatie, structurele aanwervingsproblemen en het ontbreken van een actief gewestelijk beleid verzwakt een sector die al onder druk staat.

Elk toeristisch seizoen zonder aangepaste steun betekent gederfde inkomsten voor de zaken, een gemiste tewerkstellingskans voor werknemers en een verzwakking van de economische aantrekkingskracht van Brussel.

Belangrijkste bronnen: Federatie Horeca Brussel; Actiris, jaarverslag 2024; Visit.brussels, activiteitenverslag 2024; hub.brussels, economisch observatorium.

Cultuur

Brussel, culturele hoofdstad onder druk

Brussel neemt een unieke plaats in het Europese culturele landschap in. Als tweetalige stad in het hart van Europa herbergt ze ongeveer 300 gesubsidieerde culturele instellingen en genereert ze zo'n 15 000 banen in de culturele sector. Theaters, musea, kunstencentra, concertzalen, galerijen, dansgezelschappen en artistieke collectieven maken van de hoofdstad een internationaal erkende creatieve hub.

De financiering van deze culturele vitaliteit berust op een systeem met meerdere bestuursniveaus die essentieel zijn om te onderscheiden:

  • Gemeenschappelijk (FWB, Vlaamse Gemeenschap): het merendeel van de culturele subsidies in Brussel. De meerjarige contractprogramma's, de erkenningen en de structurele financiering van de grote instellingen vallen onder de Gemeenschappen. Dit niveau blijft functioneren, maar zonder indexering van de budgetten.
  • Gewestelijk (Brussels Hoofdstedelijk Gewest): medefinanciering van culturele projecten, punctuele subsidies, gewestelijke erkenningen, coördinatie tussen de niveaus. Dit niveau was bevroren van 9 juni 2024 tot 14 februari 2026.
  • Gemeentelijk: gemeentelijke subsidies aan lokale initiatieven, terbeschikkingstelling van zalen en infrastructuur. Dit niveau functioneert, maar sommige gemeenten hebben bezuinigd.

Tussen 9 juni 2024 en 14 februari 2026 waren de specifiek gewestelijke mechanismen bevroren. De gemeenschapsbevoegdheden lopen door, maar eroderen geleidelijk door de niet-indexering.

Cultuursubsidies: de kern van het probleem

Het mechanisme

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest besteedt een jaarlijks budget van ongeveer 120 miljoen euro aan het cultuurbeleid, rechtstreeks of via de gemeenschapscommissies. Deze middelen financieren de werking van culturele instellingen, artistieke programmering, kunstenaarsresidenties, culturele bemiddelingsprojecten en de ondersteuning van jonge makers.

Wat geblokkeerd is

In lopende zaken is het volledige systeem van gewestelijke cultuurfinanciering bevroren:

  • Geen nieuwe subsidies voor opkomende culturele projecten
  • Geen herwaardering van bestaande budgetten om de inflatie op te vangen
  • Geen extra steun voor structuren in financiële moeilijkheden
  • Geen projectoproepen van het Gewest voor artistieke creatie

Instellingen die voor juni 2024 structurele subsidies ontvingen, blijven die ontvangen. Maar elke nieuwe aanvraag blijft onbeantwoord.

Bron: RAB/BKO, nota over de impact van lopende zaken op de Brusselse culturele sector, 2025.

Festivals: een genuanceerde situatie

Het Kunstenfestivaldesarts

Het Kunstenfestivaldesarts, een internationaal gerenommeerd podiumkunstenfestival, wordt hoofdzakelijk gefinancierd door de Fédération Wallonie-Bruxelles en de Vlaamse Gemeenschap (gemeenschapsbevoegdheid). Deze meerjarige subsidies worden verder uitbetaald, ook zonder gewestelijke regering. Het festival wordt dus niet rechtstreeks bedreigd door de gewestelijke crisis.

Het gewestelijke aandeel in de medefinanciering kan in lopende zaken echter niet worden vernieuwd of verhoogd, wat de ontwikkelingsmarge beperkt.

De meer rechtstreeks getroffen evenementen

Festivals en evenementen die sterker afhankelijk zijn van specifiek gewestelijke financiering zijn meer blootgesteld:

  • Evenementen rond het Brusselse erfgoed (gewestelijke bevoegdheid)
  • Interculturele en tweetalige manifestaties eigen aan Brussel
  • De festivals Zinneke Parade en Image de Bruxelles, waarvan de gewestelijke financiering aanzienlijk is

De concrete gevolgen

  • Uitgestelde ambitieuze projecten: creaties die gewestelijke coproducties vereisen, zijn opgeschort
  • Verlies van internationale partnerschappen: buitenlandse instellingen aarzelen om zich te engageren zonder garantie op gewestelijke medefinanciering
  • Precarisering van artiesten: minder opdrachten en residenties gefinancierd door het gewestelijke niveau

Bron: RAB/BKO, politieke monitoring, februari 2026; COCOF, begrotingsrapport 2025.

Boekhandels en boekhandel in Brussel

Een economisch fragiele sector

De subsector Pers & Boek is het enige segment van de culturele en creatieve industrieën (CCI) dat in Brussel achteruitgaat: -3 % bedrijven over tien jaar, terwijl de CCI-sector globaal groeit (+21 % banen sinds 2013). Het vertegenwoordigt niettemin 4 200 ondernemingen en 1,7 miljard EUR omzet (bron: hub.brussels, CCI-studie 2023).

Brussel telt ongeveer 30 onafhankelijke boekhandels van kleine tot middelgrote omvang. Hun gemiddelde winstmarge bedraagt ongeveer 1 % van de omzet — een uiterst precair evenwicht. Franstalige boekhandels verliezen bovendien 0,5 % marge op boeken geïmporteerd uit Frankrijk (btw 5,5 % in Frankrijk vs 6 % in België).

Filigranes: bijna-faillissement en wedergeboorte

Filigranes, de grootste boekhandel van België (goed voor ongeveer een tiende van alle fysieke boekaankopen in het land), stond in 2024 op de rand van het faillissement na twee herstructureringen in 18 maanden. Overgenomen in december 2024 door zakenman Mehmet Sandurac (305 000 EUR + 1,5 miljoen EUR investering), heropende de winkel op 23 april 2025 aan de Waterloolaan (Mayfair) met 30 werknemers en ~150 000 titels.

Reorganisatie van de ketens

Club (dochteronderneming van Standaard Boekhandel) onderging een reorganisatie in 2024. De winkels Club Flagey en Club Dockx in Brussel werden overgedragen aan Press Shop & More. De keten werd in 2025 omgedoopt tot "Librairie Club". Furet du Nord ging failliet in België (Louvain-la-Neuve, Namen).

De Boekenbeurs van Brussel

De 54e Boekenbeurs (Tour & Taxis, maart 2025) trok een record van 85 000 bezoekers (+13 % vs 2024), met 1 200 auteurs, 300 exposanten en 500 uitgeverijen vertegenwoordigd. De 55e editie is gepland van 26 tot 29 maart 2026.

Federale dreiging: btw naar 9 %

Het Arizona-federale coalitieproject voorziet in een verhoging van de btw op boeken van 6 % naar 9 %. De vakbond van Franstalige boekhandelaars noemt deze maatregel "catastrofaal" voor een netwerk met marges van 1 %. Een dergelijke verhoging zou grensoverschrijdende onlineaankopen bevorderen ten nadele van fysieke boekhandels.

Bronnen: hub.brussels (CCI-studie 2023), RTBF (Brusselse boekhandels, 2024; Boekenbeurs 2025), SLFB (balans boekhandels 2024-2025), Actualitté.

Gemeenschapscentra: het culturele nabijheidsweefsel

De rol van de centra

De cultuur- en gemeenschapscentra vormen het culturele nabijheidsnetwerk in de 19 Brusselse gemeenten. Ze bieden ruimtes voor creatie, verspreiding en artistieke beoefening die toegankelijk zijn voor alle publieken, en spelen een essentiële rol in de sociale cohesie van de wijken.

De impact van de bevriezing

De dotaties aan de gewestelijke gemeenschapscentra kunnen niet worden verhoogd of heroriënteerd. Concreet:

  • Geen herfinanciering om de inflatie van werkingskosten op te vangen (energie, huur, uitrusting)
  • Geen nieuwe opdrachten voor de centra (digitale bemiddeling, onthaal van nieuwe publieken)
  • Geen investeringen in de renovatie van culturele nabijheidsinfrastructuur
  • Geen aanpassing van de programmering aan de veranderende behoeften van de wijken

Centra die al jarenlang met krappe budgetten werken, zien hun manoeuvreerruimte verder slinken.

Bron: COCOF, stand van zaken culturele centra, 2025; VGC, jaarverslag 2024.

Culturele erkenningen: de deur dicht voor nieuwe initiatieven

In lopende zaken kunnen er geen nieuwe erkenningen worden afgeleverd aan culturele structuren. Deze situatie blokkeert:

  • De officiële erkenning van nieuwe gezelschappen of artistieke collectieven
  • De toegang tot overheidsfinanciering voor jonge structuren
  • Wijzigingen van erkenning voor instellingen die hun activiteiten willen uitbreiden
  • De creatie van nieuwe culturele plaatsen die een gewestelijke erkenning vereisen

Bron: Commission communautaire francaise, rapport over culturele erkenningen, 2025.

Wat blijft functioneren

Gemeenschapsfinanciering (merendeel)

Het merendeel van de culturele subsidies in Brussel komt van het gemeenschapsniveau: de Fédération Wallonie-Bruxelles en de Vlaamse Gemeenschap oefenen hun culturele bevoegdheden ten volle uit, onafhankelijk van de gewestelijke crisis. De meerjarige contractprogramma's worden gehandhaafd. De afwezigheid van indexering leidt echter tot een geleidelijke erosie van de reële middelen, geschat op meerdere procenten per jaar.

Lopende gewestelijke structurele financiering

De gewestelijke structurele subsidies die voor juni 2024 waren vastgelegd, worden verder uitbetaald. De begunstigde instellingen ontvangen hun dotaties volgens de lopende overeenkomsten.

Artistieke autonomie

Culturele instellingen met eigen reserves, ticketinkomsten, gemeenschapsfinanciering of private financiering blijven hun seizoenen programmeren. De artistieke creatie stopte niet, maar de aanvullende gewestelijke middelen waren bevroren.

De meest getroffen bevolkingsgroepen

De bevriezing van de gewestelijke culturele mechanismen treft op ongelijke wijze:

  • Jonge makers die geen toegang krijgen tot de eerste overheidsfinanciering
  • Opkomende gezelschappen wier projecten in de la blijven liggen
  • Publieken in volkswijken die afhankelijk zijn van gemeenschapscentra voor hun toegang tot cultuur
  • Intermittente cultuurwerkers wier werkkansen afnemen
  • Artiesten niet verbonden aan grote instellingen die meer afhankelijk zijn van punctuele subsidies

Wat BGM niet zegt

Deze fiche zegt niet dat de volledige culturele financiering in Brussel geblokkeerd is. Het merendeel van de culturele subsidies komt van het gemeenschapsniveau (Fédération Wallonie-Bruxelles, Vlaamse Gemeenschap), waar de meerjarige engagementen doorlopen. De gewestelijke crisis treft de specifiek gewestelijke hefbomen — medefinanciering, gewestelijke erkenningen, coördinatie tussen de niveaus — en niet het gehele systeem.

Daarnaast ondergaat de culturele sector druk van andere bestuursniveaus die niet verband houdt met de gewestelijke crisis: niet-indexering van de gemeenschappelijke contractprogramma's, federale besparingen bij nationale instellingen, btw-verhoging op ontspanning, vermindering van Creative Europe op Europees niveau. Deze factoren stapelen zich op bovenop de gewestelijke bevriezing, maar vloeien er niet uit voort.

Vooruitzichten

De Brusselse culturele sector overleefde de gezondheidscrisis dankzij noodmechanismen. Maar de huidige institutionele crisis is anders: ze mobiliseert geen uitzonderlijke steunmaatregelen. De bevriezing is stil, geleidelijk en cumulatief.

Elk seizoen zonder actief cultuurbeleid betekent een verarming van het aanbod, een verlies aan talent en een verzwakking van de internationale uitstraling van Brussel als culturele hoofdstad.

Belangrijkste bronnen: RAB/BKO, rapport 2025; COCOF, begroting en activiteitenverslag 2025; VGC, jaarverslag 2024; IBSA, sectorale economische gegevens.

Transport

Een levensader voor de Brusselse mobiliteit

Het Brusselse openbaarvervoersnetwerk, beheerd door de MIVB-STIB, vormt de ruggengraat van de mobiliteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Met ongeveer 430 miljoen ritten per jaar, 4 metrolijnen, 18 tramlijnen en 54 buslijnen vervoert de MIVB dagelijks honderdduizenden Brusselaars, pendelaars en bezoekers.

De werking en de ontwikkeling van dit netwerk zijn afhankelijk van gewestelijke politieke beslissingen: het meerjarig investeringsplan, de budgettaire arbitrages over grote infrastructuurprojecten, het tariefbeleid en de planning van nieuwe lijnen.

Tussen 9 juni 2024 en 14 februari 2026 waren deze hefbomen bevroren. Het netwerk functioneerde, maar kon niet meer evolueren.

Metro 3: een werf die vordert, beslissingen die wachten

De stand van zaken

Het project Metro 3 is de grootste vervoersinfrastructuurwerf uit de Brusselse geschiedenis. Het voorziet in de aanleg van een nieuwe metrolijn tussen het Noordstation en Bordet (Evere), met zeven nieuwe stations. De totale kosten worden geraamd op ongeveer 3,2 miljard euro, medegefinancierd door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de federale overheid via Beliris.

De civieltechnische werken gaan door conform de contracten die voor juni 2024 waren aangegaan. De tunnelboormachines vorderen, de stations worden uitgegraven, de arbeiders werken.

Wat is geblokkeerd (gewestelijk niveau)

De structurerende politieke beslissingen blijven echter opgeschort:

  • Budgettaire arbitrages: budgetoverschrijdingen kunnen niet het voorwerp uitmaken van politieke beslissingen
  • Planning: eventuele aanpassingen van de indienststellingsdatum kunnen niet worden gevalideerd
  • Uitbreiding naar het zuiden: elke beslissing over de verlenging van de lijn naar het zuiden van Brussel is uitgesteld
  • Intermodale integratie: de beslissingen over de aansluiting van Metro 3 op andere netwerken (NMBS, TEC, De Lijn) vereisen politieke arbitrages

Wat doorgaat (federaal niveau)

Beliris, het federale samenwerkingsakkoord dat Metro 3 medefinanciert, blijft onafhankelijk van de gewestelijke crisis functioneren. De federale investeringsbeslissingen, de door Beliris beheerde overheidsopdrachten en de technische opvolging van de werf gaan door. Het project vordert dus op zijn federale luik, maar het gewestelijke luik van het bestuur is bevroren.

Het risico is dat van een werf op twee snelheden: de federale component (Beliris) die beslist en investeert, en de gewestelijke component (MIVB/Gewest) die de strategische keuzes die haar toekomen niet meer kan arbitreren.

Bron: Beliris, voortgangsrapport Metro 3, 2025; MIVB, jaarverslag 2024.

Investeringsplan MIVB: de strategische bevriezing

Het mechanisme

De MIVB functioneert op basis van een beheerscontract met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, dat de openbaredienstverplichtingen, de kwaliteitsdoelstellingen en de financiële middelen bepaalt. Dit contract gaat vergezeld van een meerjarig investeringsplan dat de aankoop van nieuw rollend materieel, de renovatie van stations, de uitbreiding van het netwerk en de modernisering van de infrastructuur programmeert.

Wat opgeschort is

Het meerjarig investeringsplan kan niet worden vernieuwd of aangepast. De gevolgen zijn geleidelijk:

  • Geen bestelling van nieuw rollend materieel buiten de bestaande contracten
  • Geen renovatie van verouderde stations buiten de reeds gestarte werven
  • Geen investering in de digitale modernisering van het netwerk (ticketing, realtime reizigersinformatie)
  • Geen aanpassing van het aanbod aan de demografische evolutie van Brussel

Het rollend materieel veroudert, de stations gaan achteruit, en de behoeften nemen toe met de groei van de Brusselse bevolking.

Bron: MIVB, investeringsplan 2020-2025; Brussel Mobiliteit, gewestelijk mobiliteitsplan.

Nieuwe lijnen en frequenties: een bevroren aanbod

De behoefte

Verschillende snel groeiende wijken (Heizel, Tour & Taxis, vernieuwd Europees kwartier) vereisen een aanpassing van het openbaarvervoersaanbod. Projecten voor nieuwe tramlijnen, verlengde buslijnen en verhoogde frequenties waren voor juni 2024 in studie.

Wat geblokkeerd is

  • Geen aanleg van nieuwe bus- of tramlijnen
  • Geen verhoging van de frequenties op verzadigde lijnen
  • Geen wijziging van routes om nieuwe wijken te bedienen
  • Geen beslissing over projecten voor trams in eigen bedding

Gebruikers van slecht bediende wijken blijven kampen met lange reistijden en meerdere overstappen.

Bron: Brussel Mobiliteit, opportuniteitsstudie nieuwe lijnen, 2024.

Tarieven en toegankelijkheid

De beslissingen over de tarieven van het MIVB-netwerk zijn eveneens bevroren:

  • Geen wijziging van de sociale tarieven voor kwetsbare groepen
  • Geen uitbreiding van de gratis toegang naar nieuwe categorieën gebruikers
  • Geen tariefharmonisatie met de andere operatoren (TEC, De Lijn, NMBS)
  • Geen extra investering in de toegankelijkheid voor personen met beperkte mobiliteit (PBM)

Bron: MIVB, tariefrooster 2024; Brussel Mobiliteit, toegankelijkheidsplan.

Wat blijft functioneren

De lopende exploitatie

De MIVB blijft dagelijks honderdduizenden reizigers vervoeren. De dienstregelingen worden gehandhaafd, de lijnen functioneren, het personeel is op post. De bestaande kwaliteit van dienstverlening wordt bewaard.

De lopende werven

Alle werven die voor juni 2024 waren gestart, worden normaal voortgezet. Metro 3 vordert, de geplande stationsrenovaties worden uitgevoerd, het bestelde rollend materieel wordt geleverd.

Het onderhoud

Het onderhoud van het netwerk (sporen, stations, rollend materieel) blijft verzekerd binnen de bestaande budgetten.

Impact op de gebruikers

De bevriezing van de beslissingsmechanismen heeft tastbare gevolgen voor de gebruikers:

  • Verzadiging van de lijnen tijdens de spitsuren zonder perspectief op verbetering op korte termijn
  • Veroudering van het rollend materieel op bepaalde lijnen
  • Ontbreken van adequate bediening in nieuwe wijken in ontwikkeling
  • Stagnatie van het sociale tariefaanbod ondanks de stijgende levensduurte

Vooruitzichten

Het Brusselse openbaar vervoer staat voor een paradox: een megawerf (Metro 3) die mechanisch voortgaat, maar een globaal systeem dat zich niet kan aanpassen aan de veranderende behoeften van de stad. Elke maand zonder politieke beslissingen vergroot de kloof tussen het vervoersaanbod en de vraag van de gebruikers.

De kwestie van Metro 3 illustreert deze spanning perfect: de tunnelboormachines graven, maar de beslissingen die de kwaliteit van dienstverlening, de intermodaliteit en de uiteindelijke kosten van het project zullen bepalen, wachten op een volwaardige regering.

Belangrijkste bronnen: MIVB, jaarverslag 2024; Beliris, opvolging Metro 3; Brussel Mobiliteit, gewestelijk mobiliteitsplan; hub.brussels, sectorale economische gegevens.

Onderwijs

Onderwijs en vorming: een belangrijke gewestelijke uitdaging

Onderwijs en beroepsopleiding vormen een centrale uitdaging voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Met een jeugdwerkloosheid van ongeveer 28%, een dicht scholennetwerk van 700 scholen en een gewestelijke instelling voor beroepsopleiding (Bruxelles Formation) die 18 000 cursisten per jaar ontvangt, zijn onderwijs- en opleidingsbeleid essentiële hefbomen voor sociaaleconomische integratie.

In Belgie valt het leerplichtonderwijs onder de bevoegdheid van de Gemeenschappen (Franse, Vlaamse, Duitstalige). Maar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest oefent eigen bevoegdheden uit op het vlak van beroepsopleiding, schoolinfrastructuur, onderwijscoördinatie en tweetalige projecten. Deze bevoegdheden werden tussen juni 2024 en februari 2026 rechtstreeks getroffen door de bevriezing van lopende zaken.

Bruxelles Formation: programma's in de wacht

De rol

Bruxelles Formation is de gewestelijke openbare instelling voor beroepsopleiding. Ze biedt kwalificerende opleidingen aan in tientallen beroepen -- bouw, digitaal, talen, management, gezondheidszorg -- bestemd voor Brusselse werkzoekenden. De instelling werkt samen met Actiris, VDAB Brussel en talrijke erkende opleidingsoperatoren.

Wat geblokkeerd is

De bestaande opleidingsprogramma's worden voortgezet, maar er kan geen enkel nieuw programma worden gelanceerd:

  • Geen nieuwe opleidingen in sectoren met personeelstekorten (digitaal, ecologische transitie, zorg)
  • Geen aanpassing van bestaande programma's aan de evoluties van de arbeidsmarkt
  • Geen nieuwe partnerschappen met private opleidingsoperatoren
  • Geen versterking van de instrumenten voor competentievalidering
  • Geen uitbreiding van het aantal plaatsen in de meest gevraagde opleidingen

Voor een gewest waar de jeugdwerkloosheid meer dan 28% bedraagt, vormt de bevriezing van het opleidingsbeleid een structurele handicap.

Bron: Bruxelles Formation, activiteitenverslag 2024; Actiris, overzicht Brusselse arbeidsmarkt 2025.

Schoolinfrastructuur: geblokkeerde renovaties

De vaststelling

Het Brusselse scholenpark is verouderd. Vele gebouwen dateren van het begin van de 20e eeuw en hebben dringend renovatiewerken nodig: thermische isolatie, veiligheidsnormen, PBM-toegankelijkheid, digitale uitrusting. Perspective.brussels schat dat meer dan 100 schoolgebouwen prioritaire ingrepen nodig hebben.

Wat opgeschort is

De schoolrenovatieprojecten die niet formeel waren vastgelegd (aanbestedingen gelanceerd, budgetten toegewezen) voor juni 2024 zijn geblokkeerd:

  • Geen nieuwe werven voor door het Gewest gefinancierde schoolrenovatie
  • Geen investering in de energie-efficiëntie van Brusselse scholen
  • Geen bijwerking van de brandveiligheidsnormen voor de oudste gebouwen
  • Geen creatie van nieuwe schoolplaatsen in demografisch groeiende wijken

De gemeenten, die een deel van het scholenpark beheren, worden eveneens beperkt in hun investeringen door de gewestelijke begrotingssituatie.

Bron: Perspective.brussels, monitoring van schooluitrusting, 2025; IBSA, demografische schoolgegevens.

Tweetalig onderwijs: opgeschorte pilootprojecten

De context

Brussel is een officieel tweetalig gewest (Frans-Nederlands), maar in de praktijk gaat de tweetaligheid achteruit. De kennis van het Nederlands is nochtans een aanzienlijk voordeel op de Brusselse arbeidsmarkt, en tweetalig onderwijs vormt een hefboom voor sociale cohesie in een talig diverse stad.

Voor juni 2024 had het Gewest reflecties en pilootprojecten gelanceerd om het tweetalig onderwijs te versterken, in samenwerking met de Gemeenschappen. Deze initiatieven zijn opgeschort.

Wat geblokkeerd is

  • Geen lancering van nieuwe pilootprojecten voor tweetalig onderwijs
  • Geen gewestelijke financiering voor initiatieven van taaltoenadering in scholen
  • Geen versterkte coördinatie tussen de Franse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschap over het tweetalige scholenaanbod
  • Geen steun voor scholen die immersierichtingen willen ontwikkelen

Bron: Brupartners, advies over tweetalig onderwijs in Brussel, 2024; VGC, rapport over het Nederlands in Brussel.

Subsidies voor innovatieve onderwijsprojecten

De budgetten voor gewestelijke subsidies aan innovatieve onderwijsprojecten -- digitalisering op school, bestrijding van schooluitval, professionele inschakeling van jongeren -- zijn bevroren:

  • Geen nieuwe projectoproepen van het Gewest op onderwijsvlak
  • Geen financiering voor pedagogische experimenten
  • Geen extra steun voor scholen in prioritaire wijken
  • Geen investering in digitale educatieve tools

Bron: COCOF, rapport over het onderwijsbeleid, 2025; Bruxelles Formation, strategische nota 2025.

Wat blijft functioneren

Bestaande opleidingen

De opleidingsprogramma's die voor juni 2024 waren gestart, worden verder aangeboden. Ingeschreven cursisten zetten hun opleidingstraject voort. Bruxelles Formation en haar partners waarborgen de continuïteit van de dienstverlening.

Gemeenschapsonderwijs

De Franse en Vlaamse Gemeenschap blijven hun bevoegdheden op het vlak van leerplichtonderwijs volledig uitoefenen. De scholen functioneren, de leerkrachten zijn op post, de leerplannen worden aangeboden.

Gestarte werven

De schoolrenovatieprojecten waarvan de aanbestedingen voor juni 2024 waren gelanceerd, worden normaal voortgezet.

De meest getroffen doelgroepen

De bevriezing van de onderwijs- en opleidingsmechanismen treft in de eerste plaats:

  • Jonge werkzoekenden die geen opleiding vinden die aansluit bij hun beroepsproject
  • Werknemers in omscholing die geen toegang krijgen tot nieuwe kwalificerende programma's
  • Leerlingen in verouderde scholen die studeren in verslechterde materiële omstandigheden
  • Gezinnen in groeiende wijken die schoolplaatsen tekort komen
  • Niet-tweetalige Brusselse jongeren wier kansen op de arbeidsmarkt verminderd zijn

Vooruitzichten

Onderwijs en vorming vormen de meest rendabele investering op lange termijn voor een gewest dat kampt met een hoge structurele werkloosheid. Elke maand zonder actief opleidingsbeleid betekent competenties die niet worden verworven, banen die niet worden ingevuld en jongeren die ver van de arbeidsmarkt blijven.

De bevriezing van schoolrenovaties heeft eveneens langetermijngevolgen: de gebouwen gaan achteruit, de renovatiekosten stijgen en de leeromstandigheden voor de leerlingen verslechteren.

Belangrijkste bronnen: Bruxelles Formation, activiteitenverslag 2024; Actiris, arbeidsmarkt 2025; Perspective.brussels, monitoring van uitrusting; IBSA, Brusselse sociaaleconomische indicatoren.

Digitaal

Een strategische sector voor de toekomst van Brussel

De technologie- en digitale sector vormt een groeiende pijler van de Brusselse economie. Met ongeveer 40 000 directe banen en een ecosysteem van meer dan 1 200 startups heeft Brussel zich gepositioneerd als een digitale hub in Europa. De aanwezigheid van de Europese instellingen en internationale organisaties versterkt de aantrekkingskracht van het Gewest voor technologiebedrijven.

De sector is afhankelijk van verschillende gewestelijke mechanismen: de Smart City-strategie, de subsidies voor digitale inclusie, de startup-stimuli beheerd door Innoviris en hub.brussels, en de digitalisering van overheidsdiensten.

Tussen 9 juni 2024 en 14 februari 2026 kon de gewestregering in lopende zaken geen nieuwe structurele beslissingen nemen in deze domeinen.

Smart City-strategie: een onderbroken visie

Het mechanisme

De Smart City-strategie van Brussel beoogde de integratie van digitale technologieën in het stadsbeheer: slimme mobiliteit, gegevensbeheer, verbonden overheidsdiensten, digitale burgerparticipatie. Dit kaderplan bepaalde de investeringen en prioriteiten om van Brussel een slimme en inclusieve stad te maken.

Wat geblokkeerd is

In lopende zaken kan de gewestregering geen enkel nieuw strategisch initiatief lanceren. Concreet:

  • Geen nieuwe projecten voor de slimme stad (stedelijke sensoren, open data, participatieve platformen)
  • Geen aanpassing van het plan aan snelle technologische evoluties (artificiële intelligentie, cyberveiligheid)
  • Geen nieuwe publiek-private partnerschappen op digitaal vlak
  • Geen financiering voor nieuwe gewestelijke digitale infrastructuur

Bron: Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Smart City-plan; hub.brussels, observatorium van de digitale economie, 2025.

Digitale inclusie: kwetsbare groepen in de wacht

De inzet

Brussel telt een aanzienlijk aandeel inwoners in een situatie van digitale kwetsbaarheid: ouderen, laaggeschoolden, nieuwkomers. De gewestelijke programma's voor digitale inclusie financieren opleidingen, openbare digitale ruimtes en begeleidingsprogramma's.

Wat bevroren is

  • Geen nieuwe projectoproepen voor organisaties actief in digitale inclusie
  • Geen uitbreiding van openbare digitale ruimtes (ODR) in kansarme wijken
  • Geen aanpassing van programma's aan nieuwe behoeften (verplichte online administratie, post-COVID digitale kloof)
  • Geen versterking van partnerschappen met OCMW's en gemeenten

Terreinorganisaties, zoals BeCode, signaleren een groeiende behoefte aan digitale opleiding die de bestaande middelen niet kunnen dekken.

Bron: BeCode, activiteitenverslag 2024; Koning Boudewijnstichting, barometer van de digitale inclusie, 2025.

Startup-stimuli: een verzwakt ecosysteem

De context

Het Brusselse startup-ecosysteem heeft zich ontwikkeld dankzij een reeks gewestelijke instrumenten: pre-activiteitsbeurzen, innovatiepremies van Innoviris, begeleiding door hub.brussels, en door het Gewest gesteunde incubatoren.

De gevolgen van de bevriezing

  • Geen nieuwe programma's voor innovatiesteun aangepast aan actuele technologische trends
  • Geen herwaardering van de beurs- en premiebedragen tegenover de inflatie
  • Geen nieuwe conventies met incubatoren en acceleratoren
  • Geen gewestelijke strategie om internationaal technologisch talent aan te trekken

Innoviris blijft de projecten financieren die voor juni 2024 waren goedgekeurd, maar kan geen nieuwe grootschalige projectoproepen lanceren.

Bron: Innoviris, jaarverslag 2024; hub.brussels, barometer van Brusselse startups, 2025.

Digitalisering van overheidsdiensten: de modernisering op pauze

De Brusselse gewestelijke administraties waren begonnen met een uitgebreid digitaliseringsprogramma. In lopende zaken:

  • Zijn de nieuwe digitaliseringsprojecten (digitaal uniek loket, gewestelijke digitale identiteit) opgeschort
  • Kunnen er geen grote IT-overheidsopdrachten worden gelanceerd
  • Is de digitale opleiding van ambtenaren beperkt tot bestaande programma's
  • Stagneert de interoperabiliteit tussen de systemen van de verschillende Brusselse administraties

Bron: CIBG (Centrum voor Informatica voor het Brusselse Gewest), activiteitenverslag 2024.

Wat blijft functioneren

Technologiebedrijven

De in Brussel gevestigde technologiebedrijven zetten hun activiteiten normaal voort. De private digitale markt wordt niet rechtstreeks getroffen door de lopende zaken, hoewel het ontbreken van een actief gewestelijk beleid de aantrekkingskracht van het grondgebied vermindert.

Universitair onderzoek

De Brusselse universiteiten zetten hun onderzoeksprogramma's in artificiële intelligentie, cyberveiligheid en big data voort. Projecten gefinancierd door Europese programma's (Horizon Europe) worden niet getroffen.

Bestaande digitale diensten

De reeds uitgerolde gewestelijke digitale platformen en diensten blijven functioneren met de bestaande onderhoudsbudgetten.

Impact op het terrein

De bevriezing van de gewestelijke mechanismen heeft concrete gevolgen voor de digitale sector:

  • Verzwakt startup-ecosysteem: zonder nieuwe stimuli zijn Brusselse startups benadeeld ten opzichte van de Vlaamse en Waalse ecosystemen
  • Vergrote digitale kloof: kwetsbare groepen missen opleidingen en begeleiding
  • Technologische achterstand: de Smart City-strategie loopt achter op andere Europese hoofdsteden
  • Dalende aantrekkingskracht: internationaal digitaal talent richt zich op regio's met actievere ondersteuning

Vooruitzichten

De Brusselse digitale sector beschikt over structurele troeven: de Europese aanwezigheid, een kwalitatief universitair potentieel, een culturele diversiteit die bevorderlijk is voor innovatie. Maar deze troeven volstaan niet zonder een actief gewestelijk ondersteunings- en ontwikkelingsbeleid.

Elke maand zonder gewestelijke digitale strategie betekent opgelopen achterstand tegenover steden als Amsterdam, Berlijn of Lissabon, die massaal investeren in hun digitale transformatie.

Belangrijkste bronnen: Agoria, rapport over de Belgische digitale economie 2024; Innoviris, jaarverslag 2024; hub.brussels, economisch observatorium; BeCode, activiteitenverslag 2024.

Leefmilieu

Een sector in het hart van de Brusselse uitdagingen

Milieu en klimaat vormen een centrale uitdaging voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Met een hoge stedelijke dichtheid, een verouderd gebouwenpark en te respecteren Europese klimaatdoelstellingen staat Brussel voor grote milieu-uitdagingen: energetische renovatie van gebouwen, luchtkwaliteit, waterbeheer en behoud van biodiversiteit.

Het gewestelijk milieubeleid steunt op verschillende sleutelmechanismen: de Renolution-premies, het Blue Deal voor waterbeheer, het actieplan luchtkwaliteit en het Natuurplan voor biodiversiteit. Deze programma's worden voornamelijk gedragen door Leefmilieu Brussel en zijn partners.

Tussen 9 juni 2024 en 14 februari 2026 kon de gewestregering in lopende zaken geen nieuwe structurele beslissingen nemen in deze domeinen.

Renolution-premies: de energetische renovatie valt stil

Het mechanisme

Het Renolution-programma vormt het belangrijkste gewestelijke instrument om de energetische renovatie van gebouwen aan te moedigen. Het biedt premies voor dak- en gevelisolatie, vervanging van stookolieketels, installatie van zonnepanelen en warmtepompen. Dit programma is essentieel om de gewestelijke klimaatdoelstellingen te bereiken.

Wat geblokkeerd is

In lopende zaken kan het Renolution-programma geen nieuwe aanvragen meer aanvaarden. De dossiers die voor juni 2024 waren ingediend, worden nog steeds behandeld, maar:

  • Geen nieuwe premieaanvragen worden aanvaard
  • Geen aanpassing van premiebedragen aan de inflatie van bouwkosten
  • Geen uitbreiding van het programma naar nieuwe soorten werken
  • Geen vereenvoudiging van de door het Gewest beloofde administratieve procedures

Met ongeveer 75% van de Brusselse gebouwen met EPB-label D of lager, blijft de behoefte aan energetische renovatie enorm.

Bron: Leefmilieu Brussel, Renolution-balans 2024; EPB-certificaten, gewestelijke statistieken, 2025.

Blue Deal: waterbeheer opgeschort

De inzet

Brussel wordt geconfronteerd met een dubbele wateruitdaging: steeds frequentere overstromingsepisodes bij hevige regenval, en de noodzaak om watervoorraden duurzaam te beheren in een context van klimaatverandering. Het Blue Deal, een intergewestelijk waterbeheersplan, voorzag in investeringen in regenwaterinfrastructuur, ontharding van oppervlakken en bescherming van overstromingsgevoelige zones.

Wat bevroren is

  • Geen nieuwe projecten voor ontharding of stormbekkens
  • Geen financiering van nieuwe regenwaterinfrastructuur
  • Geen bijwerking van de cartografie van overstromingsrisicogebieden
  • Geen nieuwe partnerschappen met gemeenten voor lokaal waterbeheer

Bron: Leefmilieu Brussel, waterbeheersplan 2022-2027; Vivaqua, jaarverslag 2024.

Luchtkwaliteit: maatregelen in de wacht

De context

De luchtkwaliteit in Brussel blijft een groot volksgezondheidsprobleem. De lage-emissiezone (LEZ), ingevoerd in 2018, beperkt geleidelijk de toegang voor de meest vervuilende voertuigen. Het gewestelijk actieplan voor luchtkwaliteit voorzag in een geleidelijke verscherping van de normen en aanvullende maatregelen.

Wat opgeschort is

  • De verscherpingskalender van de lage-emissiezone kan niet worden versneld of gewijzigd
  • De nieuwe maatregelen voor vermindering van luchtverontreiniging kunnen niet worden aangenomen
  • Het versterkte monitoringplan voorzien voor 2025-2026 kan niet worden gelanceerd
  • De subsidies aan particulieren voor de vervanging van vervuilende voertuigen zijn bevroren

Bron: Leefmilieu Brussel, rapport luchtkwaliteit 2024; gewestelijk Lucht-Klimaat-Energieplan.

Biodiversiteit: het groene netwerk op pauze

Het Natuurplan van het Brussels Gewest beoogde de versterking van de stedelijke biodiversiteit en de ontwikkeling van het groene netwerk (ecologische corridors, buurtgroen, groendaken). In lopende zaken:

  • Zijn de nieuwe projecten voor de aanleg van groene ruimtes opgeschort
  • Kunnen de wijkcontracten met een biodiversiteitsluik niet worden gelanceerd
  • Kan het beheersplan voor de Brusselse Natura 2000-gebieden niet worden bijgewerkt
  • Zijn de subsidies voor burgerinitiatieven rond vergroening bevroren

Bron: Leefmilieu Brussel, Natuurplan 2016-2020 (verlengd); biodiversiteitsrapport 2024.

Wat blijft functioneren

Milieuvergunningen

De reeds afgeleverde milieuvergunningen blijven geldig. Verlengingsaanvragen en lopende administratieve procedures worden nog steeds behandeld door Leefmilieu Brussel.

Milieumonitoring

Leefmilieu Brussel zet zijn monitoringsopdrachten voort: meetstations voor luchtkwaliteit, monitoring van waterlopen, beheer van gewestelijke groene ruimtes en bossen (Zoniënwoud, gewestelijke parken).

Lage-emissiezone

De LEZ blijft functioneren volgens de kalender die voor juni 2024 was vastgesteld. Controles en sancties blijven van kracht.

Impact op het terrein

De bevriezing van de milieumechanismen heeft directe en meetbare gevolgen:

  • Vertraagde klimaatdoelstellingen: de engagementen voor CO2-reductie tegen 2030 worden moeilijk haalbaar
  • Vertraagde energetische renovatie: eigenaars kunnen geen Renolution-premies meer aanvragen voor nieuwe projecten
  • Overstromingsrisico's: zonder nieuwe investeringen in waterbeheer neemt de kwetsbaarheid van Brussel bij hevige regenval toe
  • Volksgezondheid: de vertraging bij het verscherpen van luchtkwaliteitsmaatregelen treft rechtstreeks de gezondheid van de inwoners

Vooruitzichten

Milieubeleid is een domein waar verloren tijd moeilijk in te halen is. Elk jaar zonder actief energetisch renovatieprogramma vergroot de klimaatschuld van het Gewest. De Europese doelstellingen van de Green Deal worden niet opgeschort door de Brusselse politieke crisis.

De volgende gewestregering zal niet alleen de bevroren programma's moeten herlanceren, maar ook de opgelopen achterstand moeten compenseren om de klimaatengagementen van België na te komen.

Belangrijkste bronnen: Leefmilieu Brussel, jaarverslagen 2024; Renolution.brussels; Lucht-Klimaat-Energieplan; Inter-Environnement Bruxelles, analyses 2025.

Handel

Buurthandel, vitaal weefsel van Brussel

De handel vormt een essentiële pijler van de Brusselse economie en het wijkleven. Met ongeveer 60 000 handelszaken en 55 000 directe banen in de detailhandel doorkruist deze sector alle 19 gemeenten van het Gewest. Van de grote winkelstraten (Nieuwstraat, Louizalaan, Elsensesteenweg) tot de kleine buurthandelaars, het Brusselse handelsweefsel is dicht en divers.

Het gewestelijk handelsbeleid steunt op verschillende mechanismen: de revitaliseringssubsidies, de strategie voor de nachteconomie, de handelsreglementering en het gewestelijk actieplan voor de handel. Deze instrumenten worden voornamelijk gedragen door hub.brussels en Atrium Brussels.

Tussen 9 juni 2024 en 14 februari 2026 kon de gewestregering in lopende zaken geen nieuwe beslissingen nemen in deze domeinen.

Commerciële revitalisering: kwetsbare wijken zonder steun

Het mechanisme

De programma's voor commerciële revitalisering bestrijden de leegloop van Brusselse handelskernen. Ze financieren de renovatie van leegstaande handelspanden, de begeleiding van handelaars in moeilijkheden, de herinrichting van openbare ruimtes rond handelszones en de collectieve promotie van winkelwijken.

Wat geblokkeerd is

Met een leegstandspercentage van ongeveer 15 % in het Brussels Gewest blijft de behoefte aan revitalisering groot. In lopende zaken:

  • Geen nieuwe projectoproepen voor de renovatie van leegstaande panden
  • Geen financiering van nieuwe begeleidingsprogramma's voor handelaars
  • Geen partnerschapsovereenkomsten met gemeenten voor revitaliseringsprojecten
  • Geen steun aan handelaarsverenigingen voor de ontwikkeling van collectieve strategieën

Sommige Brusselse wijken, met name in de gebieden met lage inkomens, zien hun handelssituatie verslechteren bij gebrek aan gewestelijke steun.

Bron: hub.brussels, observatorium van de Brusselse handel, 2025; Atrium Brussels, activiteitenverslag 2024.

Nachteconomie: een strategie in de wacht

De inzet

Brussel beschikt over een rijk nachtleven dat bijdraagt aan de aantrekkingskracht en een aanzienlijke economische activiteit genereert: restaurants, bars, concertzalen, clubs. Het Gewest was begonnen met de uitwerking van een specifieke strategie om deze nachteconomie te ondersteunen en te omkaderen, met aandacht voor economische activiteit, rust voor omwonenden en veiligheid.

De gevolgen

  • Geen goedkeuring van de strategie voor de nachteconomie
  • Geen aangepast regelgevingskader voor nachtelijke activiteiten
  • Geen structurele bemiddeling tussen nachtelijke uitbaters en omwonenden
  • Geen financiering van aangepaste programma's voor nachtelijke veiligheid en netheid

Bron: hub.brussels, studie over de Brusselse nachteconomie, 2024; BECI, position paper handel, 2025.

Handelsreglementering: de modernisering in de wacht

Het regelgevingskader voor de Brusselse detailhandel moest worden gemoderniseerd om zich aan te passen aan de evoluties in de sector: opkomst van e-commerce, nieuwe handelsvormen (pop-upwinkels, dark kitchens), aanpassing van openingsuren. In lopende zaken:

  • Kunnen de geplande aanpassingen van de regelgeving niet worden aangenomen
  • Worden de beloofde administratieve vereenvoudigingen voor handelaars uitgesteld
  • Blijft het juridische kader voor nieuwe handelsvormen onduidelijk
  • Stagneert de coördinatie met het federale niveau over e-commerce-uitdagingen

Bron: UCM Brussel, enquête bij Brusselse handelaars, 2025.

Gewestelijk actieplan voor de handel

Het gewestelijk actieplan coördineert het geheel van steunmaatregelen voor de handel: opleiding van handelaars, digitale begeleiding, promotie van Brusselse ambachtslui, commerciële aantrekkingskracht. In lopende zaken:

  • Is de vernieuwing van het afgelopen plan onmogelijk
  • Kunnen de nieuwe begeleidingsmaatregelen niet worden gelanceerd
  • Is de coördinatie tussen de verschillende institutionele actoren beperkt tot lopende opdrachten
  • Kunnen de budgetten niet worden herverdeeld om op de noden van de sector in te spelen

Bron: hub.brussels, handelsactieplan 2019-2024 (afgelopen); Atrium Brussels, jaarverslag 2024.

Wat blijft functioneren

Handelsactiviteit

De Brusselse handelaars zetten hun activiteiten voort binnen het bestaande regelgevingskader. De markt functioneert normaal, hoewel het ontbreken van een actief steunbeleid de meest kwetsbare handelszaken verzwakt.

Bestaande vergunningen

De handelsvergunningen en machtigingen die voor juni 2024 waren afgeleverd, blijven volledig geldig. De verlengingsprocedures in het kader van het dagelijks beheer gaan door.

Basale begeleiding

hub.brussels en Atrium Brussels blijven handelaars en ondernemers begeleiden met de bestaande middelen en programma's.

Impact op het terrein

De bevriezing van de gewestelijke mechanismen heeft zichtbare gevolgen in de Brusselse wijken:

  • Toenemende leegstand: zonder revitaliseringsprogramma verslechteren de winkelstraten in moeilijkheden
  • Verzwakte buurthandel: kleine zelfstandige handelaars missen steun tegenover online concurrentie
  • Vertraagde digitale transitie: handelaars die willen digitaliseren missen begeleiding
  • Dalende commerciële aantrekkingskracht: Brussel verliest terrein tegenover beter ondersteunde perifere handelszones

Vooruitzichten

De Brusselse handel staat voor een structurele transformatie: opkomst van e-commerce, veranderende consumptiegewoonten, duurzaamheidsuitdagingen. Zonder actief gewestelijk beleid verloopt deze transformatie ten nadele van de buurthandel en de levendigheid van de wijken.

De volgende gewestregering zal de commerciële revitaliseringsprogramma's moeten herlanceren en het regelgevingskader moeten aanpassen aan de nieuwe realiteiten van de sector, op straffe van toenemende leegstand en verslechtering van het nabijheidshandelsweefsel.

Belangrijkste bronnen: hub.brussels, handelsobservatorium 2025; Atrium Brussels, activiteitenverslag 2024; UCM Brussel, enquête handelaars 2025; BECI, position paper 2025.

Huisvesting (sector)

Huisvesting, de voornaamste bekommernis van de Brusselaars

Huisvesting vormt de voornaamste bekommernis van de inwoners van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Met huurprijzen die tot de hoogste van België behoren en een structureel ontoereikend sociaal woningpark, is de Brusselse wooncrisis een langdurige uitdaging die door de huidige politieke crisis wordt verergerd.

De sector is afhankelijk van verschillende gewestelijke mechanismen: de bouwprogramma's voor sociale woningen gedragen door de BGHM, de huurreglementering, het investeringsplan voor de renovatie van het bestaande sociale park, en de stadsvernieuwingscontracten die betaalbare woningen integreren.

Tussen 9 juni 2024 en 14 februari 2026 kon de gewestregering in lopende zaken geen nieuwe structurele beslissingen nemen voor de huisvesting.

Bouw van sociale woningen: het aanbod stagneert

Het mechanisme

De BGHM (Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij) coördineert het gewestelijk beleid voor sociale huisvesting. Zij houdt toezicht op de 16 OVM's (openbare vastgoedmaatschappijen) die ongeveer 40 000 sociale woningen beheren. Nieuwe bouwprogramma's worden op gewestelijk niveau beslist en gefinancierd.

Wat geblokkeerd is

Met meer dan 50 000 gezinnen op de wachtlijst voor sociale huisvesting is de bouwbehoefte enorm. In lopende zaken:

  • Geen nieuwe bouwprogramma's voor sociale woningen
  • Geen nieuwe terreinen geïdentificeerd of verworven voor de bouw
  • Geen publiek-private partnerschappen voor gemengde woningprojecten
  • Geen herziening van de toewijzingscriteria om in te spelen op noodsituaties

De projecten die voor juni 2024 al waren vastgelegd, gaan door, maar de pijplijn voor nieuwe projecten is leeg.

Bron: BGHM, jaarverslag 2024; statistieken van de wachtlijst, 2025.

Huurreglementering: de status quo

De inzet

Brussel is het enige Belgische Gewest waar de kwestie van huurprijsregulering politiek besproken is geweest. Het indicatieve huurprijsrooster, een niet-bindend referentie-instrument, moest worden versterkt. Het Brusselse huurkader had ook aanpassingen nodig om huurders te beschermen tegen stijgende huurprijzen.

Wat opgeschort is

  • Geen versterking van het indicatieve huurprijsrooster
  • Geen invoering van een bindend mechanisme voor huurprijsregulering
  • Geen aanpassing van de wetgeving over huurcontracten voor de hoofdverblijfplaats
  • Geen nieuwe maatregelen ter bescherming tegen misbruikuithuiszettingen

Het huurkader blijft dat van voor juni 2024, zonder aanpassing aan de marktontwikkelingen.

Bron: Huurprijzenobservatorium, rapport 2024; Syndicaat van Huurders, analyses 2025.

Investeringsplan BGHM: de renovatie vertraagd

De context

Het Brusselse sociale woningpark is verouderd. Vele woningen vereisen belangrijke renovatiewerken: thermische isolatie, veiligheidsnormering, vervanging van technische installaties. Het meerjarig investeringsplan van de BGHM voorzag in een ambitieus renovatieprogramma.

De gevolgen

  • Het investeringsplan kan niet worden vernieuwd of uitgebreid
  • De renovatiebudgetten zijn beperkt tot de reeds goedgekeurde enveloppen
  • Het dringend onderhoud wordt gehandhaafd, maar zware renovaties worden uitgesteld
  • De energieprestatie van het sociale park stagneert terwijl de energiekosten stijgen

De huurders van sociale woningen ondervinden de directe gevolgen van deze bevriezing: slecht geïsoleerde woningen, hoge energiefacturen, aanhoudende vochtproblemen.

Bron: BGHM, investeringsplan 2020-2024 (afgelopen); verslagen van de OVM's, 2024.

Stadsvernieuwingscontracten: de vergeten wijken

De stadsvernieuwingscontracten vormen een essentieel instrument van het Brusselse stedenbeleid. Ze maken het mogelijk kwetsbare wijken te revitaliseren door betaalbare woningbouw, renovatie van openbare ruimtes en creatie van collectieve voorzieningen te combineren. In lopende zaken:

  • Geen nieuwe stadsvernieuwingscontracten
  • Geen financiering van nieuwe woningprojecten in de doelwijken
  • Geen versterkte coördinatie tussen het gewestelijke en gemeentelijke niveau
  • Geen structureel antwoord op de uitdagingen van gentrificatie en sociale mix

Bron: Perspective.brussels, balans van de stadsvernieuwingscontracten, 2024.

Wat blijft functioneren

Beheer van het bestaande park

De 16 OVM's blijven de ongeveer 40 000 bestaande sociale woningen beheren. De toewijzing van vrijgekomen woningen, het courant onderhoud en de inning van huurprijzen gaan normaal door.

Huurcontracten

De bestaande huurcontracten, zowel in de sociale als in de private sector, blijven volledig van kracht. De rechten en plichten van huurders en verhuurders worden niet beïnvloed door de lopende zaken.

Woonhulp

De reeds toegekende woonpremies (huurtoelage) worden verder uitbetaald binnen de bestaande budgetten.

De terugtrekking van private investeerders

De Baromètre des locations 2025 van Federia (gepubliceerd op 11 februari 2026) bevestigt een zorgwekkende trend: vastgoedmakelaars ondertekenden 10 % minder huurcontracten in 2024, ondanks een aanhoudende vraag. Federia identificeert een "progressieve terugtrekking van private investeerders" uit de Brusselse huurmarkt.

Deze terugval wordt verklaard door een combinatie van factoren:

  • Regelgevingsonzekerheid: de huurprijscontrole (mei 2025) en het verouderde referentierooster (gegevens 2017-2020) zorgen voor juridische onduidelijkheid
  • Ontmoedigende fiscaliteit: de registratierechten blijven 12,5 % in Brussel, tegenover 3 % in Wallonië en 2 % in Vlaanderen
  • Politieke verlamming: de afwezigheid van een regering verhindert elke aanpassing van het regelgevend kader

De mediaan huurprijs voor appartementen bereikte 1 213 euro/maand eind 2025, een stijging van 28 % sinds 2021. Een woning vinden onder 1 000 euro/maand is zeldzaam geworden, ook voor studio's.

Bron: Federia, Baromètre des locations 2025.

Impact op het terrein

De bevriezing van de gewestelijke mechanismen heeft directe en menselijke gevolgen:

  • Wachtlijstrecord: 62 234 gezinnen wachten op een sociale woning, ofwel 10 % van de Brusselse huishoudens
  • Aanhoudende woningnood: zonder renovatie van het sociale park verbeteren de woonomstandigheden niet
  • Huurprecairiteit: zonder aanpassing van de reglementering blijven huurders in de privésector blootgesteld aan huurprijsstijgingen
  • Krimpend aanbod: de terugtrekking van private investeerders vermindert het beschikbare aanbod
  • Kwetsbare wijken: zonder stadsvernieuwingscontracten zet de achteruitgang van bepaalde wijken zich voort

Vooruitzichten

Huisvesting is het domein waar de Brusselse politieke crisis de meest directe menselijke gevolgen heeft. Elke maand zonder nieuwe bouwprogramma's betekent bijkomende wachtjaren voor de gezinnen op de wachtlijst van de sociale huisvesting.

De volgende gewestregering zal van huisvesting een absolute prioriteit moeten maken: de sociale bouw herlanceren, het bestaande park renoveren, de huurreglementering aanpassen en reageren op de urgentie van de Brusselse woningnood.

Belangrijkste bronnen: BGHM, jaarverslag 2024; Huurprijzenobservatorium 2024; Syndicaat van Huurders, analyses 2025; Perspective.brussels, balans stadsvernieuwing 2024.