Skip to content
Brussels Governance Monitor
Terug naar home

Constructieve motie van wantrouwen

Zeer lage haalbaarheid
Recent geverifieerd · 7 feb 2026

Mechanisme

Het Parlement dient een constructieve motie van wantrouwen in tegen de regering in lopende zaken, vergezeld van een kandidaat voor het ambt van minister-president en een programma

Wie kan dit initiëren

Absolute meerderheid van de parlementsleden in elk van de twee taalgroepen van het Brussels Parlement

Termijn

Onmiddellijk

Kort samengevat (eenvoudig lezen)

Het Parlement zou de uittredende regering kunnen afzetten door een nieuwe voor te stellen. Maar er is een dubbele taalmeerderheid nodig, wat zeer moeilijk is in Brussel.

Wettelijke basis

Bijzondere Wet van 12 januari 1989, artikel 36 — het Parlement kan de regering ten val brengen op voorwaarde dat het een opvolger voorstelt

Risico's

  • Meerderheid vereist in BEIDE taalgroepen tegelijkertijd — uiterst moeilijk te bereiken
  • Nooit gebruikt op het niveau van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
  • De regering in lopende zaken is technisch niet 'in functie' in de volle zin, wat juridische onduidelijkheid creëert
  • Risico op institutionele crisis als de ontvankelijkheid van de motie wordt betwist

Het concept

De constructieve motie van wantrouwen is een parlementair mechanisme dat toelaat een regering ten val te brengen op voorwaarde dat tegelijkertijd een opvolger wordt voorgesteld. In tegenstelling tot een gewone motie van wantrouwen (die enkel ten val brengt), verplicht de constructieve motie de parlementsleden een concreet alternatief voor te stellen: een kandidaat-minister-president en een programma.

Dit mechanisme is geïnspireerd op het Duitse model (artikel 67 van de Grondwet, konstruktives Misstrauensvotum) en werd in het Belgische recht ingevoerd om machtscrises zonder uitweg te vermijden.

Wettelijke basis in Brussel

Artikel 36 van de Bijzondere Wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen voorziet dit mechanisme. De tekst bepaalt dat het Brussels Parlement een constructieve motie van wantrouwen kan stemmen op voorwaarde dat:

  1. Ze ondertekend is door een absolute meerderheid van de leden van elke taalgroep
  2. Ze een kandidaat voor het ambt van minister-president aanduidt
  3. Een bedenktijd in acht wordt genomen tussen indiening en stemming

Bron: Bijzondere Wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen, artikel 36, geraadpleegd op 7 februari 2026.

Hoe het in theorie zou werken

Stap 1: Vorming van een meerderheid

Parlementsleden uit beide taalgroepen bereiken een akkoord over een kandidaat-minister-president en een regeerakkoord. Ze stellen een formele motie op.

Stap 2: Indiening van de motie

De motie wordt ingediend bij het bureau van het Brussels Parlement, ondertekend door een absolute meerderheid in elke taalgroep. Het Parlement bepaalt een stemningsdatum met inachtneming van de reglementaire termijn.

Stap 3: Stemming

Het Parlement stemt over de motie. Als ze wordt aangenomen, wordt de zittende regering automatisch vervangen door de in de motie aangeduide kandidaat, die vervolgens een nieuwe regering vormt.

Waarom dit mechanisme nooit in Brussel is gebruikt

Hoewel het mechanisme in het recht bestaat, is het nooit geactiveerd op het niveau van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De redenen zijn meervoudig:

1. Het obstakel van de dubbele meerderheid

Dit is de zwaarste beperking. De motie moet een absolute meerderheid bijeenbrengen in beide taalgroepen tegelijkertijd:

  • Franstalige groep: 37 stemmen op 72 (absolute meerderheid)
  • Nederlandstalige groep: 9 stemmen op 17 (absolute meerderheid)

Deze twee meerderheden rond dezelfde kandidaat en hetzelfde programma bijeenbrengen, veronderstelt een transversaal akkoord dat precies is wat de klassieke coalitieonderhandelingen niet hebben kunnen opleveren.

Bron: Brussels Parlement — Samenstelling en taalgroepen, geraadpleegd op 7 februari 2026.

2. De dubbelzinnigheid van de regering in lopende zaken

De constructieve motie van wantrouwen is ontworpen om een regering in functie ten val te brengen. De huidige regering is echter in lopende zaken — een feitelijke situatie, geen juridische. De vraag naar de juridische ontvankelijkheid van een motie tegen een regering die haar functies niet ten volle uitoefent, is onderwerp van debat onder grondwetspecialisten.

3. De afwezigheid van precedent

Zelfs op federaal niveau is de constructieve motie van wantrouwen (artikel 96 van de Grondwet) nooit met succes gebruikt. Het enige vergelijkbare geval is de mislukte poging van 1925, nog vóór de formele invoering van het constructieve mechanisme.

Bron: Crisp — Parlementaire controlemechanismen in België, geraadpleegd op 7 februari 2026.

Het Duitse model: een vergelijkingspunt

In Duitsland is de constructieve motie van wantrouwen twee keer met succes ingezet:

  • 1972: poging tegen de bondskanselier, op het nippertje mislukt
  • 1982: geslaagde motie die een nieuwe kanselier aan de macht bracht ter vervanging van de uittredende

Het Duitse systeem is echter fundamenteel anders: er is geen dubbele taalmeerderheid, het aantal partijen is beperkter en de politieke cultuur aanvaardt dit type mechanisme meer.

Bron: Bundestag — Grundgesetz Artikel 67, geraadpleegd op 7 februari 2026.

De voorwaarden om dit in Brussel te laten werken

Om een constructieve motie van wantrouwen in het Brussels Parlement te laten slagen, zou het volgende nodig zijn:

  1. Een voorafgaand akkoord tussen Franstalige en Nederlandstalige partijen over een kandidaat en een programma — precies wat ontbreekt in de klassieke onderhandelingen
  2. Een politieke wil om het traditionele vormingsproces te omzeilen
  3. Een juridisch advies dat de ontvankelijkheid van de motie tegen een regering in lopende zaken bevestigt
  4. Een voldoende sterk triggerelement om het gebruik van een nooit geactiveerd mechanisme te rechtvaardigen

Samengevat

De constructieve motie van wantrouwen is een bestaand maar theoretisch juridisch instrument in Brussel. Het gebruik ervan zou veronderstellen dat het probleem dat de vorming blokkeert vooraf wordt opgelost: een dubbele taalmeerderheid bijeenbrengen rond een gemeenschappelijk programma. Het is een instrument ontworpen voor regeringscrises, niet voor vormingscrises — wat de relevantie ervan in de huidige context aanzienlijk beperkt.

Volg dit domein per e-mail

Max. 1 e-mail/week. Uitschrijven met 1 klik.