Naar inhoud
Brussels Governance Monitor

Kabinetten van de colleges: van nul tot drieëntwintig posten naargelang de gemeente

Recent geverifieerd ·

Aantal kabinetsposten dat de gemeenteraad toestaat voor het volledige college van burgemeester en schepenen, in voltijdse equivalenten waar het overzicht ze zo uitdrukt

Anderlecht (anderlecht)Oudergem (auderghem)Sint-Agatha-Berchem (berchem-sainte-agathe)Stad Brussel (bruxelles-ville)Etterbeek (etterbeek)Evere (evere)Vorst (forest)Ganshoren (ganshoren)Elsene (ixelles)Jette (jette)Koekelberg (koekelberg)Sint-Jans-Molenbeek (molenbeek-saint-jean)Sint-Gillis (saint-gilles)Sint-Joost-ten-Node (saint-josse-ten-noode)Schaarbeek (schaerbeek)Ukkel (uccle)Watermaal-Bosvoorde (watermael-boitsfort)Sint-Lambrechts-Woluwe (woluwe-saint-lambert)Sint-Pieters-Woluwe (woluwe-saint-pierre)
Kabinetten van de colleges: van nul tot drieëntwintig posten naargelang de gemeente
EntiteitWaardeDatum
anderlecht1125 september 2025
auderghem025 september 2025
berchem-sainte-agathe225 september 2025
bruxelles-villepuntensysteem25 september 2025
etterbeek9,525 september 2025
evere225 september 2025
forest825 september 2025
ganshoren225 september 2025
ixelles2325 september 2025
jettevariabel25 september 2025
koekelberg525 september 2025
molenbeek-saint-jean1625 september 2025
saint-gilles825 september 2025
saint-josse-ten-noode1325 september 2025
schaerbeek19,525 september 2025
uccle425 september 2025
watermael-boitsfort325 september 2025
woluwe-saint-lambert1125 september 2025
woluwe-saint-pierre725 september 2025

Methodologie

Het overzicht wordt opgesteld door de Directie Plaatselijk Personeel van Brussel Plaatselijke Besturen op basis van de door de gemeenten aangeleverde gegevens, in toepassing van artikel 21bis van de Nieuwe Gemeentewet, dat elke gemeenteraad verplicht binnen drie maanden na zijn installatie te beslissen of de leden van het college over een kabinet kunnen beschikken en de samenstelling ervan vast te leggen. De gegevens zijn afgesloten op 25 september 2025. Voor twaalf gemeenten vermeldt het overzicht rechtstreeks een totaal of een gesloten lijst van posten. Voor vijf gemeenten drukt het het kader uit als een basis voor de burgemeester plus een dotatie per schepen: het totaal werd dan door BGM berekend met het aantal zetelende schepenen, nagekeken op de officiële website van elke gemeente. Voor Stad Brussel en voor Jette kan geen totaal worden vastgesteld, zie het voorbehoud.

Vergelijkbaarheidsbeperkingen

Deze cijfers beschrijven het door de gemeenteraad toegestane kader, dus een plafond, en niet de werkelijk ingevulde bezetting. Ze zijn dan ook niet vergelijkbaar met het cijfer van 93,2 voltijdse equivalenten dat in augustus 2026 voor de Stad Brussel werd gepubliceerd en dat de effectief tewerkgestelde personen meet. Twee gemeenten ontsnappen aan de telling: Stad Brussel werkt met een puntensysteem dat een naar graad gewogen kost plafonneert en geen aantal personen, en Jette laat een optionele mutualisering toe tussen schepenen van eenzelfde groep waarvan de schaal het totaal wijzigt zonder dat het overzicht de gemaakte keuzes documenteert. De totalen tellen bovendien posten van zeer uiteenlopende niveaus samen: een chauffeur-bode van niveau D weegt er even zwaar als een kabinetsdirecteur van niveau A9. Ten slotte dateert het overzicht van 25 september 2025 en vermeldt het zelf dat de beslissingen lokaal kunnen evolueren.

Context

Artikel 21bis van de Nieuwe Gemeentewet laat elke gemeenteraad vrij te beslissen of de leden van zijn college over een kabinet beschikken, en de samenstelling ervan vast te leggen. Die vrijheid levert negentien verschillende antwoorden op binnen een gebied van 162 vierkante kilometer. Brussel Plaatselijke Besturen bracht die beslissingen samen in één overzicht, afgesloten op 25 september 2025, dat de vergelijking voor het eerst mogelijk maakt.

De vergeleken gegevens

De spreiding gaat van nul tot drieëntwintig. Oudergem is de enige gemeente die aan niemand een kabinet toekent. Aan de andere kant staat Elsene met drieëntwintig posten en Schaarbeek met 19,5, verdeeld per politieke groep.

Afgezet tegen de bevolking verschuift het beeld. Sint-Joost-ten-Node staat één post per ongeveer 2 100 inwoners toe, Elsene één per 3 900. Omgekeerd zitten Evere en Ukkel boven de 21 000 inwoners per post, tien keer minder middelen in verhouding tot de bevolking. Toch maakten die twee gemeenten niet dezelfde keuze: Ukkel houdt zijn vier posten voor de burgemeester alleen, Evere stelt twee agenten ter beschikking van het hele college.

Drie modellen, geen negentien

Achter de spreiding van de cijfers toont het overzicht drie manieren van werken.

Geen kabinet. Oudergem, als enige.

Alleen de burgemeester. Ukkel en Sint-Agatha-Berchem, en op één schepen na Ganshoren. Tussen twee en vier personen, waarbij de schepenen geen eigen medewerker hebben.

Een verdeeld kader. De rest, met twee rationaliseringsmechanismen die in de marge opduiken. De mutualisering tussen schepenen van eenzelfde groep, in Jette en Sint-Pieters-Woluwe, waar medewerkers per groep van drie of vier schepenen worden toegekend in plaats van individueel. En de verdeling per kieslijst in plaats van per persoon, in Anderlecht, Sint-Gillis, Schaarbeek en Watermaal-Bosvoorde, wat de arbitrage verplaatst van het college naar de partijen.

De Stad Brussel is het enige geval van een puntensysteem: elke graad verbruikt een aantal punten, en het plafond slaat op het gewogen totaal in plaats van op het aantal personen. Een kabinet kan dus meer medewerkers tewerkstellen door op een lager niveau aan te werven. Dat mechanisme, begin 2025 aangenomen, verklaart de groei van de bezetting die daar in augustus 2026 werd vastgesteld.

Eén traject, één enkel

Schaarbeek is de enige gemeente in het overzicht die een evolutie in de tijd inschrijft: haar kader gaat van 19,5 posten voor 2025-2028 naar 18,5 voor 2028-2030. Overal elders ligt het kader voor de legislatuur vast.

Wat de bron niet zegt

Het overzicht geeft een plafond, geen werkelijkheid. Het zegt niet hoeveel posten effectief zijn ingevuld, noch wat ze kosten. Er staan geen budgettaire gegevens in, noch globaal noch per gemeente. Dat is de voornaamste beperking van deze vergelijking: ze meet wat de gemeenten zichzelf hebben toegestaan, niet wat ze doen.