Naar inhoud
Brussels Governance Monitor

Woonlasten: Europese hoofdsteden vergeleken

Actueel ·

Woonkostenoverlast (aandeel van de bevolking dat meer dan 40 % van het inkomen besteedt aan huisvesting)

Brussels Hoofdstedelijk Gewest (BE10)Wien (AT13)Hovedstaden (DK01)Zuid-Holland (NL33)Berlin (DE30)Île-de-France (FR10)
Woonlasten: Europese hoofdsteden vergeleken
EntiteitWaardeDatum
BE1014,8 %31 december 2023
AT137,3 %31 december 2023
DK0118,1 %31 december 2023
NL339,2 %31 december 2023
DE3016,4 %31 december 2023
FR1011,6 %31 december 2023

Methodologie

De woonkostenoverlast meet het percentage van de bevolking dat leeft in een huishouden waarvan de totale woonkosten (huur of hypotheekaflossing, nutsvoorzieningen, onderhoud) meer dan 40 % van het beschikbaar inkomen bedragen. De gegevens zijn afkomstig van de door Eurostat geharmoniseerde EU-SILC-enquête, beschikbaar op NUTS-2-niveau voor de hoofdstedelijke regio's. Deze vergelijking is gebaseerd op de meest recente beschikbare gegevens (2023).

Vergelijkbaarheidsbeperkingen

De woonkostenoverlast omvat zowel huurders als eigenaars met hypotheek, maar de eigendomsstructuren verschillen aanzienlijk tussen de regio's (hoog aandeel huurders in Berlin en Brussel, meer eigenaars in Île-de-France). De woonkosten omvatten nutsvoorzieningen en onderhoud, maar de exacte afbakening kan variëren tussen de nationale enquêtes. Regionale NUTS-2-gegevens kunnen beïnvloed worden door kleinere steekproefomvangen dan nationale gegevens.

Context

De woonkostenoverlast is een belangrijke indicator voor de financiële druk die de woningmarkt op huishoudens uitoefent. Eurostat definieert deze als het aandeel van de bevolking waarvan de woonuitgaven meer dan 40 % van het beschikbaar inkomen bedragen. Dit maakt een objectieve vergelijking mogelijk tussen Europese hoofdstedelijke regio's. De gegevens zijn afkomstig van de EU-SILC-enquête, geharmoniseerd op NUTS-2-niveau.

De vergeleken gegevens

Van de zes geselecteerde hoofdstedelijke regio's vertoont Hovedstaden (Kopenhagen) het hoogste percentage (18,1 %), wat de hoge kosten van levensonderhoud in Scandinavische hoofdsteden weerspiegelt. Berlin volgt op de voet (16,4 %), als gevolg van de snelle huurstijgingen in de Duitse hoofdstad tijdens het afgelopen decennium. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest komt op 14,8 %, een niveau dat aanzienlijk hoger ligt dan het Belgische nationale gemiddelde van ongeveer 7,7 %. Île-de-France (11,6 %) en Zuid-Holland (9,2 %) nemen tussenposities in. Wien onderscheidt zich met het laagste percentage (7,3 %), mede dankzij het historische bestand aan sociale woningen (Gemeindebau) dat betaalbare opties biedt voor een groot deel van de bevolking.

Het Brusselse geval

De Brusselse woonkostenoverlast (14,8 %) is bijna het dubbele van het Belgische nationale gemiddelde. Deze situatie wordt verklaard door de combinatie van hoge huurprijzen in een dichtbevolkte stedelijke regio en mediane inkomens die lager liggen dan in andere Europese hoofdsteden. Het hoge aandeel huurders (ongeveer 60 % van de huishoudens) stelt een aanzienlijk deel van de bevolking bloot aan schommelingen op de huurmarkt.

Het ontbreken van een volwaardige gewestregering sinds juni 2024 verergert deze situatie: het Woningfonds heeft de toekenning van nieuwe sociale hypothecaire kredieten opgeschort, meer dan 62 000 huishoudens staan op de wachtlijst voor sociale huisvesting en er konden geen nieuwe programma's voor betaalbaar wonen worden gelanceerd. In tegenstelling tot Wien, waar de overheid actief investeert in sociale huisvesting met meerjarenplannen, beschikt het Brussels Gewest momenteel niet over de besluitvormingscapaciteit om nieuwe steunmaatregelen op te starten.

Bronnen

  • Eurostat, EU-SILC — woonkostenoverlast per NUTS-2-regio (ilc_lvho07c), gegevens 2023 geëxtraheerd in februari 2026
  • IBSA (Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse), Huisvestingsbarometer — editie 2025
  • Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Activiteitenverslag 2024
  • Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij (BGHM), Statistieken sociale huisvesting 2025

Bron: Eurostat — ilc_lvho07c

Laatst bijgewerkt: 10 februari 2026